BTW-naheffingsaanslag ten name van fiscale eenheid die niet kon bestaan toch rechtsgeldig (1997.28.3122)


In 1986 is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting aangevraagd en gehonoreerd tussen een aantal vennootschappen (art. 7.4 Wet OB). De enige activiteit van de dochtermaatschappijen is de exploitatie van onroerend goed (quasi-ondernemerschap).

In 1987 beslist de Hoge Raad dat quasi-ondernemers geen deel kunnen uitmaken van een fiscale eenheid. Toen de fiscus in 1991 een naheffingsaanslag omzetbelasting oplegde, stelde de belastingplichtige dat dat niet mogelijk was aangezien er geen fiscale eenheid kon zijn op grond van het bovengenoemde arrest.

De Hoge…

Verder lezen