Btw omhoog, overdrachtsbelasting omlaag; de crisis van Kunduz naar Prinsjesdag in Den Haag


Per 1 oktober jl. is het standaard btw-tarief met twee procentpunten verhoogd tot 21%. Deze tariefsverhoging vloeit voort uit de Wet UFM1; de parlementaire uitwerking van het Kunduz-akkoord2. De btw-tariefsverhoging gaat gepaard met een aantal overgangsbepalingen, met name voor vastgoed. Met dezelfde Wet UFM is de overdrachtsbelasting voor woningen definitief gesteld op 2%.

In de aanloop naar de afgelopen verkiezingen volgde voor de overdrachtsbelasting nog een aantal beleidsmatige tegemoetkomingen. In het oog springt hierbij de verlenging van de zesmaandstermijn voor opvolgende verkrijgingen tot drie jaar. Op Prinsjesdag volgde nog een nieuwe belasting: de verhuurderheffing. Al met al een goed moment voor een tussentijdse balansopname.

1 Btw-tariefsverhoging; overgangsregeling voor vastgoed

Bij de recente btw-tariefsverhoging bepaalt het tijdstip van de prestatie het toepasselijke tarief. Dit werkt twee kanten op. Prestaties die plaatsvonden vóór 1 oktober 2012 vallen onder het tarief van 19%, ook al wordt de belasting pas ná 30 september verschuldigd of gefactureerd. Prestaties die plaatsvinden ná 30 september vallen onder het 21%-tarief. Is in die situatie reeds gefactureerd/aangifte gedaan tegen een tarief van 19%, dan wordt per 1 oktober alsnog 2% btw verschuldigd. In voorkomend geval moet hiervoor een aanvullende factuur worden uitgereikt.

Voor de (op)levering van onroerende zaken bestaat een aparte overgangsregeling. Hier geldt het 19% tarief nog voor termijnen die zijn vervallen vóór 1 oktober 2012, ook al vindt de uiteindelijke (op)levering ná deze datum plaats. In de wetsgeschiedenis wordt deze regeling als volgt toegelicht:

’Voor de levering van onroerende zaken is het…

Verder lezen
Terug naar overzicht