Buitenlands belastingplichtige heeft geen recht op ouderentoeslag en ouderenkorting


Samenvatting

Gelijktijdig met HR 19 februari 2010, nr. 08/2184, is de conclusie van Niessen van 18 juni 2009 in die zaak vrijgegeven. A-G Niessen komt, gelijk de Hoge Raad in zijn arrest, tot de conclusie dat zowel de ouderentoeslag in box 3 als de (aanvullende) ouderenkorting geen verband houdt met de omstandigheid dat de belastingplichtige rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichtingen en lasten heeft, zodat deze niet afhankelijk zijn van de burgerlijke staat of de samenstelling van het gezin. Belanghebbende heeft als buitenlands belastingplichtige derhalve op grond van art. 25, §3, van het belastingverdrag geen recht op de ouderentoeslag in box 3 (art. 5.6 Wet IB 2001), en op de (aanvullende) ouderenkorting (art. 8:17 en 8:18 Wet IB 2001).

De conclusie strekt dan ook tot gegrondverklaring van het cassatieberoep van de staatssecretaris.

Commentaar

Zie mijn commentaar bij het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2010, hiervoor opgenomen in NTFR 2010/542

Verder lezen
Terug naar overzicht