Cassatieberoep niet-ontvankelijk vanwege ontbreken van gronden


Samenvatting

Het cassatieberoepschrift van belanghebbende bevat niet de gronden van beroep. De Hoge Raad heeft belanghebbende zowel bij aangetekende als bij gewone brief in de gelegenheid gesteld alsnog de gronden in te dienen. Belanghebbende heeft niet gereageerd, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Feiten

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld.

Geschil

Aan de orde is of het cassatieberoep ontvankelijk is.

Rechtsoverwegingen

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) zulks vereist, niet de gronden van het beroep.

Bij aangetekende brief van 27 februari 2008 heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd.

Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 van de Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. (Volgt niet-ontvankelijkverklaring.)

Commentaar

Zie mijn commentaar onder HR 18 december 2009, nr. 07/11263, NTFR 2010/302.

Verder lezen
Terug naar overzicht