Cie/Duitsland: Duitsland beperkt koepelvrijstelling ten onrechte tot medische sector


Samenvatting

De Europese Commissie heeft Duitsland voor het HvJ gedaagd omdat zij van mening is dat Duitsland de koepelvrijstelling onjuist toepast. In de Duitse wet- en regelgeving is bepaald dat de koepelvrijstelling alleen van toepassing is op zelfstandige groeperingen van personen (‘ZGP’s’) die actief zijn in de medische sector. De Commissie is van mening dat de koepelvrijstelling van toepassing kan zijn op alle ZGP’s waarvan de leden btw-vrijgestelde activiteiten uitoefenen.

Het HvJ wijst de primaire grief van de Commissie af. De koepelvrijstelling kan namelijk alleen worden toegepast op ZGP’s waarvan de leden activiteiten uitoefenen die van btw zijn vrijgesteld omdat het activiteiten van algemeen belang betreft. In zoverre dient de werkingssfeer van de vrijstelling dan ook ingeperkt te worden. De subsidiaire grief van de Commissie slaagt wel. De koepelvrijstelling kan wel van toepassing zijn op ZGP’s waarvan de leden activiteiten uitoefenen die bijvoorbeeld onder de onderwijs- of sportvrijstelling vallen. Dit volgt uit de bewoordingen, de context en het doel van de Btw-richtlijn. Het argument van Duitsland dat het de reikwijdte van de koepelvrijstelling heeft beperkt omdat in alle sectoren behalve de medische sector anders verstoring van de mededinging optreedt, wordt afgewezen. De beoordeling van de eis dat de koepelvrijstelling de mededinging niet mag verstoren, kan niet in de nationale wetgeving op dusdanig algemene wijze worden beperkt. Dit vereiste moet van geval tot geval worden beoordeeld.

Feiten

13. Bij aanmaningsbrief van 23 november 2009 heeft de Commissie de Bondsrepubliek Duitsland meegedeeld dat zij twijfels had over de verenigbaarheid met richtlijn 2006/112 van de nationale wettelijke bepalingen inzake de btw-vrijstelling voor…

Verder lezen
Terug naar overzicht