Circulaire inwerkingtreding Woningwet 2015


Met deze circulaire informeert minister Blok (WRD) de Kamer over de inwerkingtreding van de Woningwet 2015, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV) en de bijbehorende ministeriële regeling per 1 juli 2015. In de circulaire betrekt de minister:

  • op de ontstaansgeschiedenis en inhoud van de nieuwe regelgeving,
  • enkele relevante zaken met betrekking tot de overgang naar de nieuwe regelgeving.
  • de status van bestaande MG-circulaires en
  • de ondersteuning bij de implementatie van de herziene Woningwet.

De sinds 1901 functionerende Woningwet vormt de basis voor de sociale huursector en de taken en bevoegdheden van de daarin opererende partijen, vooral van de woningcorporaties. Toegelaten instellingen leveren een onmisbare bijdrage aan het wonen in Nederland. Ze hebben niet alleen een kwantitatieve prestatie van formaat geleverd om de woningnood na de Tweede Wereldoorlog op te lossen; tot op de dag van vandaag voorzien zij ons land van een kwalitatief hoogwaardige woningvoorraad die bovendien betaalbaar is gebleven. Toegelaten instellingen hebben daarnaast een essentiële rol gespeeld in het verbeteren van de kwaliteit van de woonomgeving waar hun bezit is gelegen, hetgeen bij de aanpak van de aandachtswijken van Nederland ook zeer waardevol is gebleken. Met de Woningwet 2015 worden belangrijke hervormingen in dit stelsel aangebracht die er op gericht zijn dat woningcorporaties hun belangrijke rol kunnen voortzetten maar zich wel weer richten op hun kerntaak: het huisvesten van de doelgroep. Zij krijgen een sterkere legitimatie vanuit huurders en gemeenten, een duidelijkere lokale verankering en er komt meer ruimte voor marktpartijen op de huurmarkt. Ten slotte worden de risico’s in de sociale huursector beperkt door verscherping van het interne en externe toezicht. De Woningwet 2015 biedt hiervoor de kaders die verder uitgewerkt worden in het BTIV en de ministeriële regeling.

In de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting is het besluit van de Europese Commissie over staatssteun uit 2009 verwerkt. Het regeerakkoord in 2012 en de conclusies van de Parlementaire Enquête Woningcorporaties zijn in de Herzieningwet verwerkt via een zogeheten novelle. Uiteindelijk werd de nieuwe Woningwet op 11 december 2014 unaniem door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer stemde eveneens unaniem op 17 maart 2015 in met de wet, waarna de Herzieningwet en de novelle op 16 april 2015 in het Staatsblad werden gepubliceerd (Staatsblad 2015 nrs. 145 en 146).

De integrale versie van de Woningwet kunt u op deze site1 vinden en vanaf 1 juli op www.wetten/ overheid.nl. Het BTIV werd op 6 februari 2015 voorgehangen en besproken met de Tweede Kamer en is na advisering van de Raad van State op 19 juni 2015 in het Staatsblad geplaatst. Op die datum is ook de ministeriële regeling is in de Staatscourant geplaatst. De Woningwet 2015, het BTIV en de bijbehorende ministeriële regeling worden daarmee op 1 juli 2015 van kracht.

Wanneer de wet op 1 juli 2015 in werking treedt, is dat halverwege het boekjaar van de corporatie. Daarom is een aantal overgangsmaatregelen voorzien.

Andere belangrijke elementen die per 1 juli 2015 ingaan, zijn onder meer de extra waarborgen zoals die ook bij de parlementaire enquête van belang werden geacht:

  • voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht van grote investeringen (hoger dan € 3 miljoen);
  • een geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets bij bestuurders en leden van de Raad van Toezicht;
  • voorafgaande goedkeuring voor het aangaan van verbindingen door de Autoriteit;
  • een sterkere rol van de huurdersorganisaties bij het aangaan van verbindingen en instemmingsrecht bij fusies van toegelaten instellingen;
  • verbod op het afgeven van nieuwe garanties/leningen voor verbindingen/deelnemingen;
  • de markttoets waar het gaat om nieuwe, nog niet voorgenomen niet-DAEB- investeringen wanneer er sprake is van geen eigen grond;
  • corporaties dienen zich verplicht vierjaarlijks te laten visiteren. De Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland (SVWN) zal daartoe deskundige instanties aanwijzen.

In oktober 2015 zullen de volgende zaken per ministeriële regeling worden vastgesteld. Deze treden op 1 januari 2016 in werking:

  • voorschriften aan de jaarrekening en inrichting van de verantwoordinginformatie (dVi);
  • formats voor de door de accountant op te stellen stukken;
  • voorschriften bepaling investeringscapaciteit;
  • voorschriften omtrent scheiding en splitsing.

Intrekken bestaande MG-circulaires. Met de inwerkingtreding van de wet zullen de bestaande circulaires op grond van het BBSH worden ingetrokken. Dat gebeurt met deze circulaire.

Per 1 juli 2015 is de webportal www.woningwet2015.nl beschikbaar, waar diverse informatie beschikbaar is.

De invoering van de, flink herziene, Woningwet 2015 markeert de maatschappelijke consensus over het domein van de volkshuisvesting. De wet creëert duidelijkheid op de woningmarkt door heldere spelregels voor sociale huur. De kerntaak van woningcorporaties is en blijft zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen. De wet waarborgt de kwaliteit van de sociale huisvesting, beperkt de financiële risico’s en regelt een passende toewijzing van sociale huurwoningen aan de doelgroep. Huurders, gemeenten, woningcorporaties en het Rijk dragen daar alle aan bij, ieder vanuit hun eigen rol.
Er komt een Autoriteit Woningcorporaties, die volkshuisvestelijk en financieel toezicht houdt op de sector en die sancties kan opleggen. Woningcorporaties, gemeenten en huurders maken samen prestatieafspraken over de lokale woonopgave. Ieder jaar verschijnt een Staat van de Volkshuisvesting, waarin de minister verslag doet van de prestaties van het stelsel.

Woningcorporaties keren terug naar hun kerntaak: het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen aan mensen met een laag inkomen of aan mensen die om andere redenen moeilijk passende huisvesting kunnen vinden. In het verlengde hiervan mogen ze specifiek omschreven maatschappelijk vastgoed en bepaalde diensten voor leefbaarheid als 'diensten van algemeen economisch belang' (daeb) verrichten.

De belangrijkste doelgroep van woningcorporaties zijn huishoudens met een inkomen beneden de € 34.911 (prijspeil 2015). Ten minste 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan deze huishoudens worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een inkomen tussen € 34.911 en € 38.950 (prijspeil 2015). De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen.

Woningcorporaties mogen ook woonzorggebouwen bouwen en beheren, hospices en blijf-van-mijn-lijfhuizen en dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen. Dergelijke activiteiten behoren allemaal tot het aanbieden van (tijdelijke) woonruimte. Sociale huurwoningen zijn woningen met een huur beneden de zogeheten liberalisatiegrens (per 1 januari 2015: € 710,68). Voor een groot deel van de doelgroep is deze huurprijs gezien hun inkomen te hoog.

Woningcorporaties mogen onder voorwaarden maatschappelijk vastgoed beheren. Bijvoorbeeld een gemeenschapscentrum, een jongerencentrum (zonder horeca), een dorps- of wijkbibliotheek. Ook basisscholen en centra voor jeugd en gezin behoren tot toegestaan maatschappelijk vastgoed. Voorwaarde is dat het maatschappelijk vastgoed ligt in gebieden waar de woningcorporatie woningen bezit.

Woningcorporaties mogen investeren in de omgeving van de woningen die ze bezitten. Zoals het onderhoud van het eigen groen rondom hun complexen. Ook mogen woningcorporaties initiatieven van hun huurders ondersteunen, een huismeester in dienst hebben en een bijdrage leveren aan woonmaatschappelijk werk. Wat woningcorporaties precies doen aan leefbaarheid, spreken ze af met de gemeente en met bewonersorganisaties, binnen de kaders die de wet stelt.

Woningcorporaties mogen voorzieningen aanbrengen (of huurders daarbij ondersteunen) die bijdragen aan duurzaam energiegebruik. Zoals zonnepanelen, grondwarmtepompen en warmte-koude opslaginstallaties. Een van de voorwaarden is dat de voorziening ten goede komt aan de eigen huurders.

De Woningwet 2015 is erop gericht dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak, maar er kunnen zich situaties voordoen waarbij het wenselijk is dat ze andere activiteiten blijven ontplooien. Bijvoorbeeld wanneer in een herstructureringswijk de bouw van duurdere huurwoningen gewenst is om zo een qua inkomenssamenstelling meer gemengde bevolking te krijgen. Voorwaarde is dat er geen andere partijen zijn die dat willen doen.

Woningcorporaties dragen bij aan het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. Deze bijdrage wordt vastgelegd in prestatieafspraken tussen gemeente, bewonersorganisatie en de woningcorporatie. De drie betrokken partijen kunnen elkaar aan de prestatieafspraken houden. Als zij er niet onderling uitkomen kunnen zij geschillen voorleggen aan de minister. De minister monitort de uitvoering van alle prestatieafspraken op hoofdlijnen.

De Herziene Woningwet stelt regels aan de kwaliteiten van bestuurders en voor het interne toezicht van woningcorporaties (tezamen de governance). Voor leden van het bestuur en van de Raad van Toezicht van de woningcorporatie geldt een 'geschiktheidstoets', die betrekking heeft op competenties en op antecedenten. Eisen uit de geschiktheidstoets gelden niet alleen bij benoeming en herbenoeming, maar ook bij het toezicht op het functioneren van bestuurders en commissarissen. Er worden ook beperkingen gesteld aan nevenfuncties om belangenconflicten te voorkomen. De bestuurder mag onder meer geen functie hebben bij een andere woningcorporatie en geen lid zijn van het bestuur van een decentrale overheid (gemeente, provincie of waterschap). Alle governance regels zijn er op gericht om de professionaliteit en integriteit van corporaties te bevorderen.

Er komt een Autoriteit Woningcorporaties die integraal toezicht houdt op alle toegelaten instellingen (woningcorporaties). Deze autoriteit wordt ondergebracht bij de Inspectie voor Leefomgeving en Transport. Dit draagt bij aan de onafhankelijkheid van het toezicht ten opzichte van de sector en van de politiek en bevordert de gewenste professionalisering van het toezicht. Het huidige volkshuisvestelijke toezicht van de ILT en het financiële toezicht van het CFV en de mensen die zich daarmee bezig houden gaan op in de nieuwe Autoriteit Woningcorporaties.
Deze autoriteit beoordeelt het financiële en volkshuisvestelijke beleid, het beheer en de financiële situatie van de woningcorporatie en van haar dochtermaatschappijen.
Circulaire inwerkingtreding Woningwet 2015

Verder lezen
Terug naar overzicht