Coffeeshop maakt lager brutowinstpercentage aannemelijk


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een coffeeshop. Naast softdrugs verkoopt zij ook alcoholvrije dranken. Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende te hoge inkoopprijzen hanteert waardoor het brutowinstpercentage maar 71,8% bedraagt in plaats van het in de branche gebruikelijke percentage van 100.

De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende voldaan heeft aan haar administratieverplichtingen, nu de administratie naar de eisen van het bedrijf is gevoerd. De omstandigheid dat belanghebbende geen inkoopfacturen van de softdrugs dan wel namen van de leveranciers kan overleggen, is het gevolg van het door de overheid gevoerde gedoogbeleid. De inspecteur heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, nu hij slechts heeft verwezen naar het in de branche gebruikelijke brutowinstpercentage. Belanghebbende heeft het door de inspecteur vastgestelde brutowinstpercentage gemotiveerd betwist, zodat de navorderingsaanslag dient te worden vernietigd.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

1. De inspecteur is in deze procedure voor twee formele ankers gaan liggen om de omkering (en verzwaring) van de bewijslast te kunnen rechtvaardigen. Allereerst meende hij dat de administratie niet voldeed. Die vlieger ging niet op. Voor deze 'branche' geldt niet de verplichting om inkoopfacturen in de administratie te bewaren. Overigens had belanghebbende voldoende gesteld om de inkoop en voorraad aannemelijk te kunnen maken. En overigens was niet in geschil dat alle omzet juist in de administratie was verwerkt en was aangegeven. Ook daarin kon deze geen rechtvaardiging van de verwerping van de administratie worden gevonden.

2. Het andere anker was de stelling dat niet de vereiste aangifte werd gedaan. Als onderbouwing daarvoor werd…

Verder lezen
Terug naar overzicht