Colporteurs handelen niet als commissionair


Samenvatting

Belanghebbenden verkopen door tussenkomst van colporteurs wenskaarten aan de deur. De prijs waarvoor de colporteurs setjes kaarten aanbieden is hoger dan het bedrag dat de colporteurs voor de kaarten aan belanghebbenden moeten afdragen. Het verschil of opslag komt aan de colporteur toe. Belanghebbenden dragen omzetbelasting af over het bedrag dat zij van de colporteurs ontvangen. In cassatie wordt onder meer de vraag opgeworpen of belanghebbenden de wenskaarten rechtstreeks aan de uiteindelijke afnemers leveren – in welk geval belanghebbenden omzetbelasting verschuldigd zijn over het totale bedrag dat de colporteurs ontvangen – dan wel dat belanghebbenden de wenskaarten (al dan niet fictief) leveren aan de colporteurs die deze vervolgens (al dan niet fictief) aan de uiteindelijke afnemers leveren. In dit geval zouden belanghebbenden slechts omzetbelasting verschuldigd zijn over de van de colporteurs ontvangen bedragen.

Voor het onderhavige geval komt A-G Van Hilten tot de slotsom dat belanghebbenden de wenskaarten rechtstreeks aan de uiteindelijke afnemers leveren. De colporteurs hebben namelijk niet de voor een ‘gewone’ levering vereiste mogelijkheid c.q. bevoegdheid te beslissen hoe en waarvoor de wenskaarten gebruikt worden. Zij hebben derhalve niet de macht om als eigenaar over de kaarten te beschikken gekregen. Voorts vloeit uit de feiten voort dat de colporteurs niet op eigen naam, maar op die van belanghebbenden langs de deuren zijn gegaan en zodoende niet als commissionair hebben gehandeld. Indien en voor zover de colporteurs nog in de hoedanigheid van ondernemer bij de levering van de wenskaarten bemiddeld hebben, maakt zulks niet uit voor de maatstaf van heffing ter zake van de levering.

Commentaar

A-G Van Hilten staat uitgebreid stil bij twee verschijningsvormen van het belastbare…

Verder lezen
Terug naar overzicht