Commentaar op Aanbestedingswet 2012 art. 2.27 (Aanbestedingsrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 20-03-2017 door mr. B.M.H.C Le Haen-de Croon

Artikel 2.27 Tekst van de hele regeling

De aanbestedende dienst die de niet-openbare procedure toepast doorloopt de volgende stappen. De aanbestedende dienst:

  1. maakt een aankondiging van de overheidsopdracht bekend;

  2. toetst of een gegadigde valt onder een door de aanbestedende dienst gestelde uitsluitingsgrond;

  3. toetst of een niet-uitgesloten gegadigde voldoet aan de door de aanbestedende dienst gestelde geschiktheidseisen;

  4. beoordeelt de niet-uitgesloten of niet-afgewezen gegadigden aan de hand van de door de aanbestedende dienst gestelde selectiecriteria;

  5. nodigt de geselecteerde gegadigden uit tot inschrijving;

  6. toetst of de inschrijvingen voldoen aan de door de aanbestedende dienst gestelde technische specificaties, eisen en normen;

  7. beoordeelt de geldige inschrijvingen aan de hand van het door de aanbestedende dienst gestelde gunningscriterium, bedoeld in artikel 2.114 en de nadere criteria, bedoeld in artikel 2.115;

  8. maakt een proces-verbaal van de opdrachtverlening;

  9. deelt de gunningsbeslissing mee;

  10. kan de overeenkomst sluiten;

  11. maakt de aankondiging van de gegunde opdracht bekend.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

In artikel 2.27 zijn de stappen beschreven die moeten worden doorlopen bij een niet-openbare procedure. Deze stappen zijn nader uitgewerkt in bepalingen in hoofdstuk 2.3. De opsomming van stappen in artikel 2.27 is niet limitatief.

In de MvT is opgemerkt dat de volgorde van de stappen niet strikt chronologisch is, maar wel logisch en dat nauwelijks denkbaar is dat de stappen in een volstrekt afwijkende volgorde worden gezet. Denkbaar is bijvoorbeeld dat de stappen elkaar overlappen of gelijktijdig worden gezet. Indien de niet-openbare procedure wordt toegepast, is echter niet denkbaar dat pas wordt getoetst aan de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen nadat de inschrijvingen zijn beoordeeld aan de hand van het gunningscriterium. Op grond van artikel 2.103 moet een aanbestedende dienst een afwijzing of uitsluiting immers zo spoedig mogelijk aan de betrokken gegadigden meedelen en krachtens artikel 2.105 worden slechts de niet-uitgesloten en niet-afgewezen gegadigden uitgenodigd tot het doen van inschrijving. Uit deze bepalingen volgt dus dat de toets aan de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen moet plaatsvinden aan het einde van de selectiefase.

De verplichting van de aanbestedende dienst om een proces-verbaal van opdrachtverlening op te stellen (vgl. artikel 84 Richtlijn 2014/24/EG en artikel 2.132), is in artikel 2.27 niet op een logische plaats opgenomen. Deze verplichting is neergelegd in stap h en daarmee vóór het meedelen van de gunningsbeslissing (stap i) en het sluiten van de overeenkomst (stap j). Het vereiste proces-verbaal veronderstelt echter verslaglegging van het totale proces tot en met de gunning. Op grond van artikel 2.127 moet een aanbestedende dienst echter na het verzenden van de gunningsbeslissing een opschortende termijn in acht nemen, gedurende welke termijn geen overeenkomst mag worden gesloten (vgl. artikel 2.131). Het opstellen van een proces-verbaal van opdrachtverlening is dus pas aan de orde nadat de opschortende termijn is verstreken én vervolgens daadwerkelijk een overeenkomst is gesloten (zie ook de opmerking hierna met betrekking tot stap j).

Beoordeling van de gegadigden aan de hand van selectiecriteria is slechts aan de orde indien selectiecriteria zijn gesteld. Een aanbestedende dienst is daartoe echter niet verplicht en kan ook van een loting gebruikmaken. Zie ook artikel 2.99 en 2.100.

In stap j is bepaald dat een aanbestedende dienst de overeenkomst kan sluiten. Een aanbestedende dienst is daartoe echter niet verplicht. Dat volgt uit de contractsvrijheid en is in artikel 2.27 tot uitdrukking gebracht door het gebruik van het woord 'kan'. In zijn arrest van 11 december 2014 heeft ook het Hof van Justitie nog eens bevestigd dat een aanbestedende dienst niet slechts in uitzonderlijke gevallen van het plaatsen van een overheidsopdracht kan afzien en dat het besluit daartoe niet noodzakelijkerwijs op gewichtige redenen hoeft te berusten (HvJ EU 11 december 2014, zaak C-440/13, Croce Amica One Italia, ECLI:EU:C:2014:2435).

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Aanbestedingswet 2012 artikel 2.27.

F: Literatuurverwijzing

Bij dit artikel is nog geen belangrijke literatuur aanwezig.