Commentaar op Aanbestedingswet 2012 art. 2a.3 (Aanbestedingsrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 25-09-2017 door mr. J.F. van Nouhuys en mr. S.G. Tichelaar

Artikel 2a.3 Tekst van de hele regeling

Indien de waarde van een concessieopdracht op het tijdstip van de gunning meer dan 20% hoger is dan het geraamde bedrag, is voor de toepassing van artikel 2a.2, eerste lid, de geraamde waarde de waarde van de concessieopdracht op het tijdstip van de gunning.

A: Inleiding

Teneinde te kunnen vaststellen óf een door een aanbestedende dienst of een speciaal-sectorbedrijf te gunnen concessieopdracht voor werken of diensten onder de reikwijdte van deel 2a van de Aanbestedingswet valt, dient de waarde van de concessieopdracht voorafgaand aan de gunning van de concessieopdracht te worden geraamd. Artikel 2a.3 heeft betrekking op de situatie waarbij de aan de gunning van de concessieopdracht voorafgaande raming afwijkt van de geraamde waarde van de concessieopdracht ten tijde van de gunning. In dat geval dient de waarde op het moment van gunning te worden gebruikt bij de toepassing van deze wet, in het bijzonder voor wat betreft de in artikel 2a.2 lid 1 genoemde drempelwaarde.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

Met artikel 2a.3 is artikel 8 lid 2 derde alinea van Richtlijn 2014/23/EU geïmplementeerd. In afdeling 2a.1.3 van de Aanbestedingswet worden regels gegeven met betrekking tot de raming van de waarde van concessieopdrachten. Artikel 2a.3 bevat een regel voor de specifieke situatie dát er een verschil bestaat tussen de geraamde waarde bij aankondiging van de concessieopdracht en de waarde bij gunning daarvan. Het is echter niet bepaald eenvoudig om de waarde van een concessieopdracht vast te stellen, omdat die waarde (tenminste voor een gedeelte) wordt gevormd door de toekomstige exploitatie van het desbetreffende werk of de desbetreffende dienst. In dat licht is het maar de vraag hoe vaak er ten tijde van gunning van een substantieel andere waarde kan zijn gebleken. Hier is geregeld dat indien het verschil tussen de geraamde waarde bij aankondiging van de concessieopdracht én de waarde op het tijdstip van gunning van de concessieopdracht groter is dan 20%, de waarde bij gunning de maatstaf vormt. Derhalve geldt dat als de waarde van de concessieopdracht daarmee tegen de eerdere verwachting in boven de toepasselijke drempelwaarde uitkomt, alsnog deel 2a van de Aanbestedingswet van toepassing is. Alsdan zal de concessieopdracht opnieuw in de markt moeten worden gezet met inachtneming van deel 2a van de Aanbestedingswet. Indien het geconstateerde verschil in waarde het genoemde percentage (20%) niet overschrijdt, maar de toepasselijke drempelwaarde wél blijkt te worden overschreden, dan geldt dat de concessieopdracht, ondanks dat deel 2a van de Aanbestedingswet in het kader van de gunning van de concessieopdracht niet is toegepast, tóch correct is gegund. Het is daarbij wel noodzakelijk dat de regels inzake de raming van de waarde van de desbetreffende concessieopdracht in acht zijn genomen. In de memorie van toelichting is ter illustratie van de toepassing van artikel 2a.3 een rekenvoorbeeld opgenomen.1 In artikel 2a.10 is het uitgangspunt opgenomen dat de waarde van de raming van de concessieopdracht dient plaats te vinden naar de waarde die de concessieopdracht heeft op het moment van verzending van de aankondiging óf het moment waarop de procedure voor de gunning van de concessieopdracht wordt ingeleid. Men kan zich afvragen óf aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven met de introductie van artikel 2a.3 (indirect) worden opgedragen om op het tijdstip van gunning van de concessieopdracht te verifiëren of de, op het moment waarop de procedure voor de gunning van de concessieopdracht werd ingeleid, geraamde waarde nog altijd adequaat is.

1
Kamerstukken II 2015/16, 34 329, nr. 3 (MvT), p. 98.

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Aanbestedingswet 2012 artikel 2a.3.

F: Literatuurverwijzing

Bij dit artikel is nog geen belangrijke literatuur aanwezig.

Verder lezen
Terug naar overzicht