Commentaar op Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen art. 1a (Migratierecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 18-10-2017 door mr. H.W. Groeneweg en mr.dr. F.M.J. den Houdijker

Artikel 1a Tekst van de hele regeling

Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die:

  1. rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, c of l, van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder f, g of h, van de Vreemdelingenwet 2000, in verband met een aanvraag van een verblijfsvergunning asiel of een aanvraag om voortgezette toelating, en

  2. naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als vrijwilliger deelneemt aan arbeid die gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel dient.

A: Inleiding

In artikel 1a van het Besluit staat met zoveel woorden dat geen tewerkstellingsvergunning vereist is als het gaat om een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft en vrijwilligerswerk verricht.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

Artikel 1a is in 1997 in het Besluit gekomen.1 De tewerkstellingsvergunningsplicht in combinatie met de eis dat de vreemdeling ten minste het wettelijk minimumloon moet verdienen leidde er in de praktijk toe dat vreemdelingen die niet vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten, geen vrijwilligerswerk konden verrichten. Karakteristiek voor vrijwilligerswerk is immers dat dit onbetaald wordt verricht. Door de toenmalige staatssecretaris van Justitie was diverse malen aangegeven dat het voor rechtmatig in Nederland verblijvende asielzoekers van belang is dat deze…

Verder lezen
Terug naar overzicht