Naar de inhoud

Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 120 (OR-algemeen)


Commentaar is bijgewerkt tot 19-11-2017 door prof. mr. dr. M.E. Koppenol-Laforce

Artikel 120 Tekst van de hele regeling

Indien een rechtspersoonlijkheid bezittende corporatie haar statutaire zetel verplaatst naar een ander land en het recht van de staat van de oorspronkelijke zetel en dat van de staat van de nieuwe zetel op het tijdstip van de zetelverplaatsing het voortbestaan van de corporatie als rechtspersoon erkennen, wordt haar voortbestaan als rechtspersoon ook naar Nederlands recht erkend. Vanaf de zetelverplaatsing beheerst het recht van de staat van de nieuwe zetel de in artikel 119 van dit Boek bedoelde onderwerpen, behoudens indien ingevolge dat recht daarop het recht van de staat van de oorspronkelijke zetel van toepassing blijft.

A: Inleiding

Artikel 120 ziet op de erkenning in Nederland van zetelverplaatsing van een corporatie van de ene buitenlandse staat naar de andere buitenlandse staat. Artikel 120 heeft een zogenaamde ‘tweeledige kern’: het regelt enerzijds het behoud van rechtspersoonlijkheid en anderzijds dat na zetelverplaatsing het recht van het immigratieland van toepassing is op de corporatie en niet het recht van het land van oprichting.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

C.1: Zetelverplaatsing van een buitenlandse rechtspersoon

Artikel 120 regelt uitsluitend de zetelverplaatsing van een buitenlandse rechtspersoon die zijn statutaire zetel van zijn land naar een ander buitenland verplaatst. De zogenaamde zetelverplaatsing ‘buitenom’. Het artikel is niet van toepassing op zetelverplaatsing naar en vanuit Nederland door rechtspersonen. Zetelverplaatsing vindt immers plaats met de toestemming van het emigratie- én immigratieland. Aangezien Boek 2 BW de mogelijkheid van zetelverplaatsing uitsluit, zal toestemming…