Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 249 (OR-algemeen)


Commentaar is bijgewerkt tot 19-11-2017 door mr. M. Sinninghe Damsté en mr. A. Attaïbi

Artikel 249 Tekst van de hele regeling

Indien door de jaarrekening, door tussentijdse cijfers of door het bestuursverslag voor zover deze bekend zijn gemaakt, een misleidende voorstelling wordt gegeven van de toestand der vennootschap, zijn de bestuurders tegenover derden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen dientengevolge geleden. De bestuurder die bewijst dat dit aan hem niet te wijten is, is niet aansprakelijk.

A: Inleiding

Het artikel regelt de bestuurdersaansprakelijkheid indien de bekendgemaakte jaarrekening, het bestuursverslag of tussentijdse cijfers een misleidende voorstelling geven van de toestand van de vennootschap. Individuele bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de door derden geleden schade als gevolg van de misleidende voorstelling in de financiële verslaggeving. De tweede volzin biedt een disculpatiemogelijkheid. De bestuurder die bewijst dat de misleiding niet aan hem is te wijten, is niet aansprakelijk.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

C.1: Wetsgeschiedenis en doel

Door middel van de invoering van artikel 42c WvK (oud) (Wet van 2 juli 1928, Stb. 216) werd in 1928 de plicht geïntroduceerd tot het deponeren van volledige afschriften van de balans, de winst- en verliesrekening en de toelichting ten kantore van het handelsregister. Deze bepaling werd vergezeld door de artikelen 49b WvK (oud) en 52 WvK (oud) op grond waarvan bestuurders respectievelijk commissarissen van naamloze vennootschappen aansprakelijk konden worden gesteld voor schade door derden geleden als gevolg van een misleidende voorstelling van de toestand der vennootschap in de geopenbaarde stukken…

Verder lezen
Terug naar overzicht