Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 3 art. 104 (Vermogensrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 16-02-2018 door mr. F.M. van Peski

Artikel 104 Tekst van de hele regeling

1.

Wanneer de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot
beëindiging van het bezit wordt gestuit of verlengd, wordt
daarmede de verkrijgende verjaring dienovereenkomstig
gestuit of verlengd.

2.

In dit en de beide volgende artikelen wordt onder verjaring
van een rechtsvordering de verjaring van de bevoegdheid tot
tenuitvoerlegging van de uitspraak waarbij de eis is
toegewezen, begrepen.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

Artikel 3:104 BW maakt de verkrijgende verjaring afhankelijk van de extinctieve verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit. In geval van stuiting of verlenging van de vordering tot beëindiging van het bezit, wordt de verkrijgende verjaring overeenkomstig gestuit of verlengd.

Het tweede lid van artikel 3:104 BW bepaalt dat indien een rechtsvordering tot beëindiging van bezit is ingesteld en toegewezen, niet langer de extinctieve verjaring van die rechtsvordering bepalend is, maar de extinctieve verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de uitspraak waarin de eis is toegewezen.

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Burgerlijk Wetboek Boek 3 artikel 104.

F: Literatuurverwijzing

Verder lezen