Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 3 art. 305d (Vermogensrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 13-11-2016 door prof. mr. I.N. Tzankova en mr. C.M. Verhage

Artikel 305d Tekst van de hele regeling

1.

Het gerechtshof Den Haag kan op verzoek van een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die krachtens haar statuten tot taak heeft de bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen:

  1. bevelen dat degene die een overtreding pleegt van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel a van de bijlage bij de Wet handhaving consumentenbescherming, die overtreding staakt;

  2. bevelen dat een gedragscode die een handelen in strijd met de

    artikelen 193a tot en met 193i van Boek 6 bevordert door de houder van die gedragscode, bedoeld in artikel 193a, onder i, van Boek 6, wordt aangepast;

  3. de houder van de gedragscode die het handelen in strijd met de

    artikelen 193a tot en met 193i van Boek 6 bevordert, veroordelen tot het openbaar maken of openbaar laten maken van de beschikking, bedoeld in de onderdelen a en b. Indien er sprake is van een misleidende handelspraktijk als bedoeld in de

    artikelen 193c tot en met 193g van Boek 6, kan het gerechtshof op verzoek van de handelaar tevens veroordelen tot rectificatie van de informatie. De openbaarmaking of rectificatie geschiedt op een door het gerechtshof te bepalen wijze en op kosten van de door het gerechtshof aan te geven partij of partijen.

2.

Artikel 305a lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid.

3.

Het gerechtshof behandelt het verzoek onverwijld.

4.

Geschillen ter zake van de tenuitvoerlegging van de in lid 1 bedoelde veroordelingen, alsmede van de veroordeling tot betaling van een dwangsom, zo deze is opgelegd, worden bij uitsluiting door het gerechtshof Den Haag beslist.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de historische informatie bij
Artikel 305d.

C: Kernproblematiek

Deze bepaling betreft een bijzondere verzoekschriftprocedure teneindeinbreuken op het Europese consumentenrecht te doen staken. Deze bepaling hangt samen met de inwerkingtreding op 29 december 2006 van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc, Stb. 591). Hoewel de plaatsing van artikel 3:305d na de artikelen 3:305a-c doet vermoeden dat ook dat artikel direct te maken heeft met het collectieve actie-recht, is dat slechts in beperkte mate het geval. De bepaling strekt met name ertoe dat in verband met de behartiging van de collectieve belangen van consumenten door het Haagse Gerechtshof bij een (intracommunautaire) inbreuk (Als bedoeld in artikel 1.1 van de Whc op de wettelijke bepalingen zoals bedoeld in de bijlage onder A bij de Whc) een bevel kan worden gegeven die inbreuk te staken (Jongbloed (Vermogensrecht), artikel 305d, aantekening 3). Met de Whc werd invulling gegeven aan de verplichtingen die voor Nederland voortvloeien uit de op 27 oktober 2004 door het Europese Parlement en de Raad van Ministers aangenomen verordening inzake samenwerking handhaving consumentenbescherming (Verordening 2006/2004; PbEU L 364). De consument behoudt overigens zijn eigen civielrechtelijke mogelijkheden om tegen inbreuken op te komen. Het Gerechtshof dient een handhavingsverzoek “onverwijld” te behandelen. Naast het in lid 1 bedoelde rechterlijk bevel kan het Gerechtshof op grond van lid 2 degene die inbreuk maakt ook veroordelen tot openbaar maken of openbaar laten maken van de beschikking op een door het Gerechtshof te bepalen wijze en op kosten van de door het Gerechtshof aan te geven partij of partijen.

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Burgerlijk Wetboek Boek 3 artikel 305d.

F: Literatuurverwijzing

  • Frenk N., ‘Bundeling van vorderingen, pre-advies voor de vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland’, Tijdschrift voor Privaatrecht, 2003-2004, p. 26-27.
  • Frenk N., Kollectieve Acties in het Privaatrecht, Deventer: Kluwer 1994.
  • Kodek G., Möglichkeiten zur Gesetzlichen Regelung von Massenverfahren, in: T. Gabriel en B. Pirker-Hörmann, Massenverfaheren. Reformbedarf für die ZPO?, Band 3 Wien, Verlag Österreich 2005, p. 354-357.
  • McBride J., ‘Access to justice and human rights treaties’,
    Civil Justice Quarterly 1998, p. 242-243.
  • Poorter, de J.C.A., De belanghebbende. Een onderzoek naar de betekenis van het belanghebbende begrip in het bestuurs(proces)recht, diss. Tilburg BJu 2003.
  • Smits P., Artikel 6, Deventer: Kluwer 2008, p. 79-83.
Verder lezen