Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 6 art. 193f (Letselschade) en (Vermogensrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 29-12-2016 door mr. H.W. Roerdink

Artikel 193f Tekst van de hele regeling

Indien er
sprake is van commerciële communicatie, reclame of marketing
daaronder begrepen, is de informatie genoemd bij of krachtens de
volgende artikelen in ieder geval essentieel als bedoeld in artikel
193d lid
2:

  1. artikel 15d leden 1 en 2 en artikel 15e lid 1 van
    Boek 3
    ;

  2. artikelen 230m lid 1, onderdelen a, b en c, e tot en met h, o en p en 230v, leden 1 tot en met 3, 5, alsmede lid 6, eerste zin, en lid 7, van Boek 6;

  3. artikel 501 lid 1 van Boek
    7
    ;

  4. artikelen 73 tot en met 75 van de
    Geneesmiddelenwet;

  5. artikelen 4:20,
    4:73 en 5:13 van de Wet op het financieel toezicht;

  6. artikel 2b van de
    Prijzenwet
    .

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de historische informatie bij
Artikel 193f.

C: Kernproblematiek

Dit artikel biedt een nadere uitwerking van het begrip ‘essentiële’ informatie van artikel 6:193d lid 2 BW in geval van commerciële communicatie, reclame of marketing. Ook voor dit artikel geldt dat er pas sprake is van een misleidende handelspraktijk als aan het manipulatievereiste van artikel 6:193d lid 2 BW is voldaan. Artikel 6:193d lid 4 BW, met betrekking tot de beoordeling of essentiële informatie is weggelaten of verborgen is gehouden, geldt onverkort.

C.1: In ieder geval essentieel

Alle informatieverplichtingen die op grond van communautaire wetgeving gelden, worden als essentieel in de zin van artikel 6:193d lid 2 aangemerkt. Bijlage II van de Richtlijn bevat een niet-limitatieve lijst van communautaire informatieverplichtingen. Het gaat hierbij om verplichtingen die voortvloeien uit (a) de E-Commercerichtlijn (2000/31/EG) (PbEG 2000, L 178); (b) de Richtlijn Verkoop op Afstand (97/7/EG) (PbEG 1997, L 144) (ingetrokken bij Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten (PbEU L 304/64; (c) de Timesharerichtlijn (94/47/EG) (PbEG 1994, L 280 (vervangen door Richtlijn 2008/122/EG, PbEU L 33/10) ; (d) de Richtlijn betreffende pakketreizen (90/314/EEG) (PbEG 1990, L 158); (e) de Richtlijn inzake communautair wetboek inzake Geneesmiddelen (2001/83/EG) (PbEG 2001, L 311) – dit betreft informatieverplichtingen ten aanzien van de bijsluiter en de etikettering; (f) de ICBE-Richtlijn (85/611/EG) (PbEG 1985, L 375) (gewijzigd bij Richtlijn 2009/65/EG, PbEU 2009, L302/32), de Prospectusrichtlijn (2003/71/EG) (PbEG 2003, L 345) (gewijzigd bij Richtlijn 2010/73/EU, PbEU L327/1), de Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (2004/39/EG), (PbEG 2004, L 145) (gewijzigd bij Richtlijn 2006/31/EG, PbEU 2006, L 114/60) en de Prospectusverordening (809/2004) (PbEG 2004, L 149) (gewijzigd bij Verordening 486/2012, PbEU L 150/1) op grond waarvan bepaalde informatie over financiële producten en dienstverlening moet worden verstrekt alsmede bepaalde eisen aan de informatie in de prospectus worden gesteld en (g) de Richtlijn betreffende verkoopprijzen (98/6/EG) (PbEG 1998, L 080), zie hiervoor ook het Besluit prijsaanduiding producten (Stb. 2003, 229).

C.2: Bij of krachtens

Aangezien niet alle communautaire informatieverplichtingen in Nederland in formele wetgeving zijn geïmplementeerd, is gekozen voor de zinsnede ‘bij of krachtens’ (
Kamerstukken II 2006/07, 30 928, nr. 3
, p. 17 (MvT).

C.3: Geen volledige harmonisatie

Voor artikel 193f geldt dat als een handelaar aan de minimuminformatieclausules van het communautaire recht voldoet, er geen sprake kan zijn van een misleidende omissie c.q. een oneerlijke handelspraktijk. De lidstaten kunnen op gebieden die niet door de Richtlijn worden geharmoniseerd verdergaande verplichtingen voorschrijven om een hoger niveau van consumentenbescherming te bereiken (Richtlijn considerans 15).

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 193f.

F: Literatuurverwijzing

  • Geerts, P.G.F.A. en E.R. Vollebregt, Oneerlijke handelspraktijken, misleidende reclame en vergelijkende reclame, Deventer: Kluwer 2009.
  • Micklitz, H.W., N. Reich en P. Rott, Understanding EU Consumer Law, Antwerp-Oxford-Portland: Intersentia 2009.
  • Steijger, L., ‘Wetgevingspraktijken onder de loep genomen: een analyse van de implementatie van de Richtlijn Oneerlijke handelspraktijken in Nederland’, NTER 2007, p. 124-135.
  • Verkade, D.W.F., Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten, Deventer: Kluwer 2009.
  • Wefers Bettink, H.W., ‘Informatieplichten en de Wet oneerlijke handelspaktijken. De electronische overeenkomst in praktijk (2)’, ORP 2011-6, p. 24- 30.