Conclusie A-G inzake Don Bosco


Wet BRV/ Wet OB 1968

In haar conclusies van 17 juni 2010 (nrs. 08/02606 en 41.510 bis) gaat A-G Van Hilten uitgebreid in op enige vraagpunten die na het zogenoemde Don Bosco arrest van het Hof van Justitie nog openstonden (HvJ 19 november 2009, Don Bosco, C-461/08, V-N 2009/59.17). Het HvJ had, kort gezegd, in deze zaak verklaard dat de levering van een terrein waarop nog een oud gebouw stond waarvan de sloop reeds door verkoper was aangevangen ten einde daar een nieuw gebouw neer te zetten geen voor de omzetbelasting vrijgestelde levering is. Dergelijke handelingen van levering en sloop moeten volgens het HvJ voor de btw als één handeling gezien worden die de levering van een onbebouwd terrein tot voorwerp heeft, ongeacht hoe ver de sloop van het oude gebouw op het moment van levering is gevorderd. Bij een met btw belaste levering kan de koper de onroerende zaak vrij van overdrachtsbelasting verkrijgen op grond van de samenloopregeling van art. 15, lid 1, onderdeel a, Wet BRV.

Na een uitgebreide beschouwing en de constatering dat dit afwijkt van de route die de Hoge Raad eerder had ingeslagen, geeft A-G Van Hilten de Hoge Raad in overweging om het arrest van het HvJ te volgen en het beroep van belanghebbende gegrond te verklaren.

[A-G 41510bis, 17 juni 2010]

Verder lezen
Terug naar overzicht