Conclusie A-G: Verkrijging aandelen in een camping-bv niet belast met overdrachtsbelasting


Art 4 Wet BRV

Belanghebbende heeft op 31 december 2003 alle aandelen gekocht van een bv die een camping exploiteert (camping-bv) en waarvan de activa voor ruim 94% bestaan uit onroerende zaken. Naar de mening van belanghebbende kwalificeerde camping-bv niet als een zogenoemde onroerende zaaklichaam in de zin van art. 4 Wet BRV. Hof Arnhem had beslist dat meer dan 30% van de onroerende zaken - waaronder de toeristische plaatsen - dienstbaar zijn aan de exploitatie van het recreatiebedrijf en niet aan de exploitatie van onroerende zaken. A-G Wattel legt dit zo uit dat de aantrekkelijkheid van de door camping-bv verrichte diensten overwegend – althans voor ten minste 30% – in de recreatieve voorziening zit en niet in de exploitatie van vastgoed.

Daarom zijn geen van de onroerende zaken, ook niet de toeristische plaatsen, voor 70% of meer van de waarde in het economische verkeer dienstbaar aan vastgoedexploitatie.

(Conclusie A-G Wattel 10 juni 2008, nr. 07/10541)

Verder lezen
Terug naar overzicht