Containerkranen zijn onroerend in de zin van art. 2, lid 1, WBRV


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een expeditie-, opslag-, cargadoors- en stuwadoorsbedrijf. In 2002 zijn twee zogenoemde Nelcon-kranen aan een zustermaatschappij van belanghebbende geleverd, die de kranen later heeft doorverkocht aan belanghebbende. De kranen zijn containerkranen die door middel van een onderstel met wielen op rails zijn gemonteerd en die desgewenst kunnen worden verplaatst. In geschil is of de kranen zijn aan te merken als onroerende zaken in de zin van art. 2, lid 1, WBRV.

De rechtbank oordeelt dat voor de beantwoording van de vraag of de kranen roerend of onroerend zijn, dient te worden aangesloten bij de civielrechtelijke criteria en dat daarbij geen doorslaggevende betekenis toekomt aan de taxatievoorschriften en -uitgangspunten van de Wet WOZ. De rechtbank verwijst naar HR 13 mei 2005, nr. 37.523, NTFR 2005/695 en overweegt dat bij de beantwoording van de vraag of de kranen bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven mede moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer of de opdrachtgever, doch dat hieraan slechts betekenis toe komt voor zover deze naar buiten kenbaar is uit bijzonderheden van aard en inrichting van de kranen. De rechtbank komt, gelet op het feitencomplex, tot de conclusie dat de kranen moeten worden aangemerkt als te zijn bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven en dus onroerend zijn. Dat de kranen technisch gezien (betrekkelijk) eenvoudig verplaatsbaar zijn en daarop zijn voorbereid en dat een verplaatsing financieel en bedrijfseconomisch verantwoord is, dwingt op zichzelf niet tot de conclusie dat de kranen roerend zijn. Evenmin is voor een duurzame vereniging in de zin van art. 3:3 BW een…

Verder lezen
Terug naar overzicht