CRvB 28-03-2001, JAR 2001, 67


Opzegtermijn (oudere werknemers en aanzegtermijn) (Fictieve).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 67.

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomsten van een aantal werknemers ontbonden wegens reorganisatie onder toekenning aan hen van een vergoeding. De betrokken werknemers zijn allen 45 jaar of ouder. Na het ontslag hebben zij een WW-uitkering aangevraagd. Het Lisv heeft bij toekenning van de uitkeringen rekening gehouden met een fictieve opzegtermijn welke gelijk is aan de langere opzegtermijn die op grond van het overgangsrecht bij de Wet flexibiliteit en zekerheid geldt voor werknemers van 45 jaar en ouder. De werknemers kunnen zich hier niet in vinden. Partijen verschillen voorts van mening over de vraag of bij de berekening van de fictieve opzegtermijn uitgegaan moet worden van een aanzegtermijn die eindigt op de laatste dag van de maand of dat alleen rekening gehouden moet worden met het aantal maanden van de opzegtermijn. De rechtbank heeft het standpunt van het Lisv gevolgd ten aanzien van de langere opzegtermijn voor oudere werknemers, doch niet met betrekking tot het einde van de aanzegtermijn. De CRvB overweegt dat art. 16 lid 3 WW grammaticaal moet worden uitgelegd, gelet op de cruciale betekenis ervan voor de ingangsdatum van de WW-uitkering en gezien het feit dat de bepaling ongunstig is voor werknemers in vergelijking met de voorheen geldende situatie. Een grammaticale uitleg brengt mee dat niet de langere opzegtermijn voor oudere werknemers uit het overgangsrecht als uitgangspunt moet worden genomen, maar de termijn van art. 7:672 lid 7 BW. Art. 16 WW verwijst immers enkel naar het BW en niet naar het overgangsrecht. Bovendien heeft de regeling in het overgangsrecht enkel betrekking op de arbeidsrechtelijke positie van de werknemer en niet op diens recht op WW. Met betrekking tot de aanzegtermijn overweegt de CRvB dat de wettekst in dit opzicht onduidelijk is. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt evenwel dat de wetgever bij de berekening van de fictieve opzegtermijn de aanzegtermijn, dat wil zeggen de periode tot aan het einde van een maand, wilde meenemen

Terug naar overzicht