Cultuurgrondvrijstelling paardenpension en paardenfokbedrijf van toepassing naar rato van het landbouwgebruik


Samenvatting

Belanghebbende is eigenaar van een woning verbonden met een bedrijfsgebouw. Daarbij horen een aantal schuren, bergingen en twee weilanden. De heffingsambtenaar heeft de onroerende zaak voor het jaar 2015 gewaardeerd op € 284.000. Belanghebbende exploiteert een paardenfokbedrijf annex paardenpension. Het aandeel van de fokactiviteiten ten opzichte van de andere activiteiten van training, revalidatie, pension en rusthuis ligt tussen de 10% en 15%. In geschil is de toepassing van de cultuurgrondvrijstelling. De rechtbank gaat niet mee in de stelling van belanghebbende dat beide percelen grasland geheel buiten beschouwing moeten blijven als cultuurgrond. Voor 10% tot 15% van de activiteiten van belanghebbende is sprake van veehouderij en daarmee ook van weidebouw. Beide percelen grasland moeten voor 10% tot 15% als ten behoeve van de landbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond worden aangemerkt. Verder is de rechtbank van oordeel dat de situatie van belanghebbende ook voldoet aan het andere criterium van de cultuurgrondvrijstelling, namelijk dat de grond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd voor ten minste 90% dienstbaar is aan een bedrijf waarin ten minste enige activiteiten plaatsvinden die als landbouw kwalificeren. Daaraan voldoet belanghebbende. De bedrijfsmatige exploitatie van de percelen grasland vindt geheel plaats ten behoeve van haar bedrijf, terwijl binnen dat bedrijf voor 10% tot 15% landbouwactiviteiten in de zin van de cultuurgrondvrijstelling worden ontplooid. Nu de heffingsambtenaar de cultuurgrondvrijstelling in zijn geheel niet heeft toegepast, is het beroep gegrond en vermindert de rechtbank de waarde tot op € 274.000.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

De rechtbank beoordeelt de vraag of de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is in twee stappen. De eerste stap is of sprake is van…

Verder lezen
Terug naar overzicht