Cup en pithouder van een theelichtje zijn verpakking in zin van verpakkingenbelasting


Samenvatting

Belanghebbende verhandelt theelichtjes. Een theelichtje bestaat uit een kaars, waarvan de lont is bevestigd aan een pithouder, en een aluminium cup. Hof Amsterdam (28 juni 2016, nrs. 15/00173 t/m 15/00177, NTFR 2016/1929) heeft geoordeeld dat de cup en pithouder geen verpakking zijn in de zin van de verpakkingenbelasting. Volgens het hof zijn de cup en pithouder bestemd om tezamen met de overige elementen van het theelicht te worden gebruikt, verbruikt of verwijderd, zodat deze vallen onder de ‘tenzij-bepaling’ van art. 80, letter a, onder 1, Wbm. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel. Het staat immers vast dat de cup en pithouder overblijven nadat de kaars is opgebrand en dat deze vervolgens worden weggegooid. De ‘tenzij-bepaling’ mist derhalve toepassing.

(Volgt vernietiging en verwijzing.)

Feiten

2.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1. Belanghebbende is een concern in de zin van artikel 80, aanhef en letter g, van de Wet belastingen op milieugrondslag (tekst van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012; hierna: de Wet) waarvan ingevolge artikel 83, lid 2, van de Wet verpakkingenbelasting wordt geheven. De van belanghebbende deel uitmakende besloten vennootschap X2 bv (hierna: de bv) vervaardigt en verhandelt theelichtjes.

2.1.2. Een theelichtje bestaat uit een kaars, waarvan de lont is bevestigd aan een pithouder (hierna: de pithouder), en een aluminium cup (hierna: de cup). De lont…

Verder lezen
Terug naar overzicht