CWI 25-01-2003 en Kantonrechter Roermond 31-03-2003 (Van Dooren), JAR 2003, 109


Anciënniteitsbeginsel. Ontbinding gewichtige redenen. RDA-/CWI-vergunning. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 109.

De werknemer is op 14 mei 1973 bij de werkgever in dienst getreden en is 53 jaar oud. Laatstelijk vervulde hij de functie van Reparatie & Onderhoud medewerker ploegen tegen een salaris van € 3.350,67 bruto per maand inclusief toeslagen en emolumenten. De werkgever is vanwege bedrijfseconomische omstandigheden tot een reorganisatie overgegaan. Daarbij heeft de werkgever met de vakorganisaties een sociaal plan afgesloten. In dit sociaal plan is bepaald dat medewerkers van 55 jaar en ouder niet zullen worden ontslagen. De werkgever heeft de CWI toestemming gevraagd om de werknemer te ontslaan. De CWI heeft de toestemming geweigerd omdat in strijd met het anciënniteitsbeginsel een werknemer van 55 jaar of ouder die een vergelijkbare functie vervult als die van de werknemer, niet voor ontslag is voorgedragen. Naar het oordeel van de CWI is op zijn toetsing het Ontslagbesluit van toepassing en niet het sociaal plan. Toetsing aan het Ontslagbesluit leidt tot de conclusie dat het anciënniteitsbeginsel niet juist is toegepast en de ontslagvergunning moet worden geweigerd. De werkgever wendt zich vervolgens tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter wijst het verzoek toe. Naar het oordeel van de kantonrechter kan het feit dat in strijd met het anciënniteitsbeginsel is gehandeld niet leiden tot afwijzing van het ontbindingsverzoek, dit vanwege de bepaling in het sociaal plan dat medewerkers die 55 jaar of ouder zijn niet zullen worden ontslagen. Uitgangspunt dient daarom te zijn, aldus de kantonrechter, dat de contractspartijen onder ogen hebben gezien dat toepassing van het sociaal plan onder omstandigheden de anciënniteitsregel terzijde kan stellen. Reeds op grond van die overweging heeft de werkgever aannemelijk gemaakt dat afwijking van de anciënniteit kan worden gebillijkt. De arbeidsovereenkomst dient daarom ontbonden te worden onder toekenning aan de werknemer van de vergoeding uit het sociaal plan (€ 89.127,82 bruto).

Terug naar overzicht