De andere wettelijke rechten in cijfers (2001.11.2081)


De auteur geeft ‘in cijfers’ de gevolgen weer van de regeling van de ‘andere wettelijke rechten’ in het nieuwe erfrecht (art. 4.2.A.2).

Daarbij komen onder meer de volgende vragen aan de orde:

1. Is het de bedoeling dat lid 3 van art. 4.2.A.2.6 na het woord ‘rechthebbende’ wordt aangevuld met de woorden ‘verkrijgt of’. Van Mourik lijkt in het Handboek Nieuw Erfrecht van deze bedoeling uit te gaan, bij welke opvatting de auteur vraagtekens plaatst.

2. Zou het zo zijn dat bij het vaststellen van de som ineens van art. 4.2.A.2.6 rekening wordt gehouden met verkrijgingen krachtens erfrecht en dat die verkrijgingen daarom niet op de som ineens in mindering komen door de werking van lid 4. Moet bij het vaststellen van de som ineens rekening worden gehouden met voorlopig niet-opeisbare geldvorderingen van degene die aanspraak maakt op de som ineens?

3. Is het wel of niet de bedoeling dat met een beroep op een som ineens van art. 4.2.A.2.7 de rechthebbende zijn legitieme portie kan verliezen?

De vragen komen aan de orde in het kader van een behandeling van casusposities, die de problematiek veel duidelijker maakt dan deze samenvatting doet vermoeden.

H.K. de Boer

Nieuw Erfrecht 2001, nr 1, blz. 9

Verder lezen