De Leegstandwet (2011.05.2006)


Door de invoering van de Crisis- en herstelwet op 31 maart 2010 zijn de mogelijkheden voor verhuur krachtens de Leegstandwet tijdelijk verruimd. Ingegaan wordt op het bijzondere karakter van deze vorm van tijdelijke verhuur, de vereisten waaraan voldaan moet worden en de regeling met betrekking tot de duur van de overeenkomst. Aan de orde komt de problematiek van de in financiële nood verkerende woningeigenaar. Ook wordt aandacht besteed aan de fiscale stimuleringsmaatregelen die voor deze situatie zijn ingevoerd. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen besproken.
In het kader van de Tijdelijke verhuur krachtens de Leegstandwet worden het toepassingsgebied en diverse begrippen geschetst. 
In het kader van de (Tijdelijke) Crisis- en herstelwet komen aan de orde vragen hoe bepaald wordt of een woning met een geliberaliseerde huurprijs mag worden verhuurd en of een leegstandsvergunning bescherming biedt voor de verhuurder. Verder in dit kader het feit dat de reguliere opzeggings- en huur(prijs)bescherming is uitgesloten, de noodzakelijkheid van een leegstandsvergunning, de duur van de vergunning en de wetswijziging van 2 maart 2005, de opzegging van de huurovereenkomst, de inhoud van de vergunning en de vereisten aan de huurovereenkomst. 
Voorts wordt ingegaan op het dwingendrechtelijk karakter van de wet, gebreken in de vergunning, het beleid van de grote steden, de toestemming van de hypotheekverstrekker en tot slot op fiscale aspecten. 
De schrijver concludeert dat de Leegstandwet de eigenaar die zijn woning tijdelijk wil verhuren totdat deze is verkocht, een uitweg biedt in zijn financiële nood doordat hij inkomsten kan genereren. De eigenaar kan de woning vrij van huur verkopen omdat hij de huurovereenkomst op korte termijn kan opzeggen, welke opzegging ook daadwerkelijk tot huurbeëindiging leidt. Er is sprake van een reguliere huurovereenkomst indien niet voldaan wordt aan de wettelijke eisen van de Leegstandwet. De gemeente die de leegstandsvergunning afgeeft, bepaalt de huurprijs die maximaal mag worden gevraagd. Op grond van de Crisis- en herstelwet is nu ook tijdelijke verhuur mogelijk met een geliberaliseerde huurprijs, die de verhuurder zelf kan bepalen. De eigenaar moet wel toestemming van de hypotheekverstrekker hebben voor de verhuur. 

M. van Schie, WR nr.1, januari 2011 blz. 1 (MvM) 

Verder lezen
Terug naar overzicht