De Nationale Entertainmentcard is naar zijn aard een betaalmiddel


Samenvatting

Belanghebbende houdt zich bezig met het uitgeven, distribueren en afwikkelen van de Nationale Entertainmentcard (hierna: NEC); een plastic kaart voorzien van een chip waarop een tegoed kan worden geregistreerd. De houder (consument) van een NEC kan de NEC gebruiken als betaalmiddel bij de aanschaf van producten zoals dvd's, cd's en van diensten bij entertainmentaanbieders zoals cd-winkels en ticketkantoren. Belanghebbende sluit met bepaalde detaillisten overeenkomsten en voorziet hen om niet van de NEC's waarop geen waarde staat. De consument kan de NEC bij de detaillist laten opwaarderen, wat de detaillist doet met behulp van zijn kassa-apparatuur. De detaillist betaalt de van de consument ontvangen vergoeding aan belanghebbende na aftrek van een provisie (doorgaans 6,5%). Bij betaling met een NEC verkrijgt de entertainmentaanbieder een vordering op belanghebbende ter grootte van het afgewaardeerde bedrag. Belanghebbende betaalt periodiek de vorderingen uit onder inhouding van een provisie (thans 7,5%). Belanghebbende heeft in de onderhavige jaren geen omzetbelasting voldaan over de provisie die zij aan de entertainmentaanbieders in rekening brengt. De belasting die haar in rekening is gebracht ter zake van de NEC's heeft belanghebbende in haar aangiften in aftrek gebracht. Bij de onderhavige naheffingsaanslagen heeft de inspecteur deze in aftrek gebrachte voorbelasting nageheven. In geschil is of belanghebbende recht heeft op aftrek van voorbelasting. De inspecteur stelt dat belanghebbende vrijgesteld presteert. Aangezien de inspecteur van mening is dat een vrijstelling van toepassing is, draagt hij de bewijslast. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de prestaties met betrekking tot de NEC's handelingen betreffende ‘andere waardepapieren’ (art…

Verder lezen
Terug naar overzicht