De Nieuwe kerk te Amsterdam is een waardeloos monument (1996.40.3375)


Een beschouwing over de gevolgen voor de waardering van de Nieuwe Kerk, kerkgebouwen en objecten met cultuurhistorische waarde voor de onroerende zaakbelastingen conform de Wet WOZ. De aanleiding vormt het door de Hoge Raad gewezen arrest dat reeds werd behandeld in ND 96.36.3317. Onder de Wet WOZ geldt een andere waarde voor rijksmonumenten. Voor deze wet telt de waarde in het economisch verkeer (zijnde de marktwaarde). Deze waardebepaling kan met behulp van een aantal methoden worden vastgesteld. De vergelijkingsmethode, de huurwaardekapitalisatiemethode, reproduktiemethode of de discounted cash flowmethode. Deze laatste methode zien de auteurs als de meest geëigende voor een rijksmonument. De opbrengsten uit exploitatie zijn redelijk in te schatten evenals de kosten. Ook kan berekend worden in hoeverre investeringen moeten worden gepleegd om een functieverandering te realiseren.

Als uit deze methode blijkt dat het complex structureel verliesgevend is leidt dit tot een negatieve jaarlijkse cash flow. De waarde zal dan nihil zijn.

Bij een positieve jaarlijkse cash flow zal de contante waarde van de cash flows de waarde in het economisch verkeer van het object weerspiegelen.

De waardebepaling voor kerkgebouwen en andere onroerende zaken met cultuurhistorische betekenis geschiedt ook via de waarde in het economisch verkeer. De berekening hiervan kan ook via de discounted cash flowmethode plaatsvinden. Als het geen rijksmonument betreft, moet een vergelijking worden gemaakt met de gecorrigeerde vervangingswaarde.

Hier is de benuttingswaarde door de eigenaar van belang.

F.J.H.L. Makkinga en M. Voskuilen

HR; 5 juni 1996; MBB, juli/augustus 1996 blz. 246

Verder lezen