Naar de inhoud

De onroerendezaakbelasting

De onroerendezaakbelasting is qua inkomsten de belangrijkste belasting voor gemeenten. Jaarlijks bedraagt de opbrengst voor alle gemeenten gezamenlijk zo'n EUR 3 miljard. De onroerendezaakbelasting bestaat uit een eigenarendeel en een gebruikersdeel. De tarieven zijn door de gemeente vastgestelde percentages van de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

Op grond van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelasting (OZB) heffen. Alle gemeenten in Nederland maken van deze mogelijkheid gebruik. Alvorens te kunnen heffen, dienen gemeenten een verordening vast te stellen. Het eigenarendeel van de OZB is verschuldigd door de genothebbende van de onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Indien op de onroerende zaak een zakelijk recht rust, zoals een recht van erfpacht of een recht van opstal, is dit deel van de OZB daarom verschuldigd door de zakelijk gerechtigde en niet door de eigenaar. Het gebruikersdeel is verschuldigd door de gebruiker van de onroerende zaak. Voor woningen is het gebruikersdeel sinds 2006 vervallen en is sindsdien dus alleen het eigenarendeel verschuldigd.

Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor woningen en niet-woningen. Het tarief voor woningen is doorgaans lager dan het tarief voor niet-woningen. Gemeen­ten zijn in principe vrij in het vaststellen van de tarieven. Wel geldt dat rekening moet worden gehouden met de collectieve lastendruk. De lasten voor de burger mogen niet onevenredig stijgen. Daarom wordt jaarlijks een macronorm bepaald. De stijging van de OZB-opbrengst op landelijk niveau mag op jaarbasis niet boven deze norm uitkomen.

Gebruik

Het gebruikersdeel van de OZB is verschuldigd door degene die het object op 1 januari van het belastingjaar gebruikt. In zijn algemeenheid geldt dat…