De overheid als inhoudingsplichtige: controleren is beter


Recent zijn we er weer eens aan herinnerd dat de overheid zelf ook een werkgever is, met de daarbij behorende fiscale verplichtingen. In mijn column van december 2011 schreef ik over de bakker die zijn eigen brood niet lust, waarbij ik mij er onder meer over verbaasde dat de rijksoverheid (nog) geen gebruik maakte van de werkkostenregeling en geen handhavingsconvenant met de Belastingdienst had afgesloten. Dit jaar moest ik daar regelmatig weer aan denken.

Zelf vestig ik er altijd graag de aandacht op dat in ons land de rijksoverheid, in ieder geval als geheel, de meeste werknemers kent. Althans in de zin van de Wet LB 1964. Immers, personen in een publiekrechtelijke dienstbetrekking worden onder werknemers begrepen (art. 2, lid 1, Wet LB 1964). Het gaat daarbij om personen met een ambtelijke aanstelling.2

Geen overeenkomst, wel een dienstbetrekking

Een ambtelijke aanstelling is een eenzijdige rechtshandeling en daarom kan niet van een (arbeids)overeenkomst worden gesproken. Strikt genomen kon zo’n aanstelling tegen de wil van de natuurlijke persoon plaatsvinden, maar in de praktijk komt dat natuurlijk niet voor. In dit kader is overigens relevant dat heel recent de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren door de Eerste Kamer is aangenomen.3 Deze wet bewerkstelligt dat een groot deel van de ambtenaren gewoon een arbeidsovereenkomst krijgt. Alleen bepaalde groepen (defensie, politie, rechterlijke macht) behouden nog hun ambtenarenstatus. Invoering is een omstreden en complexe operatie en zal daarom nog wel even op zich laten wachten.

Maakt het feit dat de ambtelijke aanstelling niet op een overeenkomst berust uit voor de vraag of iemand werknemer is…

Verder lezen
Terug naar overzicht