De statutair bestuurder in een nieuwe jas? (2012.04.2004)


De door de Eerste Kamer aangenomen Wet Bestuur en Toezicht, inwerkingtreding vermoedelijk op 1 juli 2012, voorziet in ingrijpende wijzigingen bij grote rechtspersonen.  

  1. De nieuwe wet introduceert het monistische of one tier bestuursmodel bij een NV of BV, waarbij de bestuurstaken verdeeld worden over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders. Taak van de niet uitvoerende bestuurders is toezicht houden op de taakuitoefening door bestuurders. Zij maken deel uit van het bestuur en dragen bestuurdersverantwoordelijkheid. 
  2. Limitering van het aantal toezichthoudende functies voor statutair bestuurders en commissarissen. Iemand kan niet tot bestuurder van een grote rechtspersoon worden benoemd als hij al commissaris of niet uitvoerend bestuurder is bij twee of meer andere grote rechtspersonen of indien hij voorzitter is van een raad van commissarissen of van een one tier board van één andere grote rechtspersoon. Voor een niet uitvoerende bestuurder of commissaris geldt een maximum aantal van vijf van deze functies.
  3. In art. 2:129 lid 6 BW wordt opgenomen dat de bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap. Een besluit wordt dan genomen door de raad van commissarissen. Bij het ontbreken daarvan wordt het besluit genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders, tenzij de statuten anders bepalen.
  4. Ex het nieuwe art. 2:132 lid 3/242 lid 3 BW kunnen beursvennootschapsbestuurders in de toekomst niet langer op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn. Voor de overige statutair bestuurders verandert de arbeidsrechtelijke positie niet. De statutair bestuurder van een beursvennootschap zal dus in principe een opdrachtnemer zijn ex art. 7:400 BW, hetgeen consequenties heeft voor de regelingen bij ziekte, opzegging en ontslag. Daarover zullen afspraken moeten worden gemaakt in de opdrachtovereenkomst. 
  5. Over opzegging van de opdrachtovereenkomst moeten duidelijke afspraken worden gemaakt in het contract. Om de bestuurder van een beursvennootschap te ontslaan blijft nog wel de vennootschappelijke besluitvorming nodig. Vraag is of de statutair bestuurder volgens de nieuwe wet nog een raadgevende stem heeft inzake het voorgenomen ontslag als de nieuwe tegenstrijdig belangregeling in werking treedt. 
  6. De statutair bestuurder van een niet-beursvennootschap blijft in zowel een vennootschapsrechtelijke als een arbeidsrechtelijke verhouding staan tot de vennootschap, voor hem verandert er niets.

W. Hafkamp-Van der Zwaard, JutD nr. 1, 12 januari 2012 blz. 20 (MvM)

Verder lezen
Terug naar overzicht