De verwatering van het onderscheid tussen huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant (2013.09.2004)


Het lijkt op het eerste gezicht zo eenvoudig: het onderscheid tussen huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant. Huwelijkse voorwaarden regelen immers de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk. Zij geven de leefregels voor de periode van het huwelijk. Het echtscheidingsconvenant regelt de vermogensrechtelijke gevolgen van de echtscheiding, zoals de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap of de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden (bijvoorbeeld de afwikkeling van de verrekenverplichting), de partneralimentatie en de pensioenverevening.
Bij nader inzien ligt het onderscheid tussen huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant toch enigszins ingewikkelder, aldus auteur, en is sprake van een grijs gebied: een grensgebied waarin het moeilijk is scherpe onderscheidingen tussen beide rechtsfiguren te maken. Gedurende de laatste tientallen jaren is het onderscheid tussen huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant verder verwaterd.
Aan deze verwatering heeft de wetgever zelf in belangrijke mate bijgedragen. Zo staat art. 1:100 BW aanstaande ex-echtgenoten toe niet alleen bij huwelijkse voorwaarden maar ook bij echtscheidingsconvenant af te wijken van de hoofdregel dat echtgenoten in beginsel een gelijk aandeel hebben in de ontbonden huwelijksgemeenschap. Soortgelijke voorbeelden treft men aan in de artikelen 2 lid 1, 3a lid 4, 4 lid 1, 5 lid 1 en 11 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Laatstgenoemde bepalingen staan afwijking van de desbetreffende bepalingen bij huwelijkse voorwaarden of bij echtscheidingsconvenant toe. Ook hier zijn huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant dus volstrekt gelijkwaardig, aldus auteur.
Ook in de literatuur is de verwatering van het onderscheid tussen huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant onderkend. Huwelijkse voorwaarden regelen al lang niet meer uitsluitend de periode van het huwelijk, zie bijvoorbeeld het finale verrekenbeding.
Auteur is het eens met de opvatting van Luijten en Meijer (zij verdedigden het reeds in 2005) dat aanstaande ex-echtgenoten bij de verrekening van onverteerde inkomsten of van vermogen ook bij echtscheidingsconvenant zouden mogen afwijken van een verrekening bij helfte. Art. 1:135 lid 1 BW bepaalt dat niet. De wet bepaalt immers alleen bij de regeling van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap in art. 1:100 lid 1 BW, dat afwijking van de hoofdregel dat de echtgenoten een gelijk aandeel in de ontbonden gemeenschap hebben, mogelijk is bij huwelijkse voorwaarden of bij echtscheidingsconvenant. Deze regel ontbreekt in art. 1:135 lid 1 BW voor verrekenbedingen. Volgens auteur heeft hier echter hetzelfde te gelden als in art. 1:100 lid 1 BW.

A.J.M. Nuytinck, AA, 9, 2012, p. 630 e.v. (MK)

Verder lezen
Terug naar overzicht