Naar de inhoud

De Vormerkung kaltgestellt? Een tweede arrest over derdenbeslag onder de; koper na Vormerkung

(n.a.v. HR 12 juli 2013, ECLI:HR:2013:BZ9959)

1. Inleiding

in zijn arrest van 8 oktober 2010 besliste de Hoge Raad dat de bescherming door de Vormerkung tegen beslagen door schuldeisers van de verkoper zich niet uitstrekt tot het derdenbeslag onder de koper op de vordering van de verkoper tot betaling van de koopprijs.2 De vraag die toen resteerde was: treft een dergelijk beslag (i) de volledige koopprijs of (ii) alleen het gedeelte dat niet nodig is voor voldoening van de hypotheken en beslagen die dateren van vóór de Vormerkung, hierna aan te duiden als het surplus?

In het eerste geval kan de koopprijs niet naar de notaris worden overgemaakt, waardoor de uitvoering van de koopovereenkomst stagneert en deze zal moeten worden ontbonden. De verkoper zal dan tevens de boete verbeuren, aangezien het beslag als oorzaak van de ontbinding in zijn risicosfeer valt. Ontbinding van de koop heeft weliswaar tot gevolg dat daarmee de vordering van de verkoper waarop het beslag rust verdwijnt - waardoor dit beslag als het ware zijn eigen object vernietigt - maar met de koopovereenkomst vervalt ook de Vormerkung en daarmee tevens de achterstelling van het posterieure beslag bij de anterieure beslagen op het vastgoed. Het nut van het derdenbeslag, dat zelf dus niet tot verhaal kan leiden, is dus dat (het effect van) de Vormerkung wordt weggepoetst waardoor de schuldeiser zich weer normaal op het vastgoed kan verhalen.

In het tweede geval zal het derdenbeslag - door de rechter of door partijen in overleg - kunnen worden opgeheven als er voldoende garantie wordt geboden voor het verhaal door…