De Wet voorkeursrecht gemeenten, zelfrealisatie en de Hoge Raad (2000.51.2446)


Bespreking van de arresten van de Hoge Raad van 10 en 17 november 2000 met betrekking tot de vraag of zogenoemde zelfrealisatie-overeenkomsten op verzoek van de gemeente op grond van artikel 26 WVG kunnen worden vernietigd. De Hoge Raad geeft de criteria aan waaraan moet worden voldaan om de nietigheidsactie te kunnen toepassen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de regiefunctie van de gemeente bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan moet zijn gewaarborgd. Ingeval partijen bij de overeenkomst de nieuwe bestemming willen verwezenlijken, zij daartoe in staat zijn en zij zich jegens de gemeente willen binden zodanig dat haar belangen zijn gewaarborgd doch de gemeente dit aanbod zonder goede grond heeft afgewezen of ongerechtvaardigde eisen heeft gesteld, kan dit ertoe leiden dat artikel 26 WVG niet toepasselijk is. De auteur vat een en ander samen in een door hem opgestelde ‘beslisboom’.

P.S.A. Overwater

HR; 10 november 2000; nr R99/217HR

HR; 17 november 2000; nr R00/015HR

Land- en Tuinbouw Bulletin 2000 nr 10 blz. 13

Verder lezen