Derde nota van wijzinging wetsvoorstel rechtsbescherming bij controlehandeligen


Samenvatting

De derde nota van wijziging bij het initiatief wetsvoorstel rechtsbescherming bij controlehandelingen van de Tweede Kamer leden Dezentjé Hamming (VVD) en Tang (PvdA) is verschenen. Het betreft redactionele wijzigingen.

Commentaar

De Raad van State is goed voor het maken van redactionele suggesties, maar inhoudelijke opmerkingen worden niet serieus genomen. Dat is de indruk die ik heb overgehouden na lezing van het feit dat geen van de suggesties van de Raad van State naar aanleiding van de tweede nota van wijziging is overgenomen.

Laat ik voorop stellen dat ik nooit de logica heb gezien, waardoor het bestuursorgaan de inspecteur over een extra dwangmiddel (omkering van de bewijslast) beschikt, waarover – bij mijn weten – geen enkel ander bestuursorgaan beschikt. Belastingrecht is ook maar bestuursrecht, waarom kent het belastingrecht dan dit bijzondere dwangmiddel? Sterker nog: ik zou de stelling aandurven dat dwangmiddelen thuis horen in het strafprocesrecht – met bijbehorende rechtsbescherming – en niet in het bestuursrecht (lees: belastingrecht) met zijn beperkte(re) rechtsbescherming.

Proportionele toepassing omkering van de bewijslast

Ieder voorstel dat de omkering van de bewijslast inperkt, kan op mijn steun rekenen. Ik zie niet goed in waarom de omkering van de bewijslast niet proportioneel, dat wil zeggen slechts met betrekking tot bepaalde inkomensbestanddelen, zou kunnen plaatsvinden.

Ingebrekestelling vóórafgaand aan omkering van de bewijslast bij informatiebeschikking

Degenen die liefhebbers zijn van zoveel mogelijk rechtseenheid, gruwen van de idee dat iemand verplichtingen kan worden opgelegd zonder voorafgaande ingebrekestelling (vergelijk voor het privaatrecht art. 6:82 BW).

Indien toch wordt gekozen voor handhaving van de omkering van de bewijslast, zou een ingebrekestelling…

Verder lezen
Terug naar overzicht