Door mislukken van renteaftrekconstructie geen toepassing fraus legis


Samenvatting

Op 25 augustus 2016, nr. 15/05356, NTFR 2016/2409 heeft A-G Wattel geconcludeerd in een cluster van zaken van belanghebbende. Op 26 januari 2017, nr. 16/03669, NTFR 2017/477, heeft A-G Wattel geconcludeerd in een eerste nagekomen zaak. Onderhavige zaak betreft een tweede nakomer.

Belanghebbende heeft, net als in eerdere jaren, geld geleend bij een gelieerde groepsmaatschappij X om daarmee deelnemingen te financieren die vrijgestelde voordelen genereren (Bosal-gat). Anders dan in de tien eerdere zaken, is het aldus gecreëerde belastingabsorptievermogen (de aftrek van de betaalde rente) niet afgezet tegen realisatiewinsten van gevoegde aangekochte vennootschappen van derden, maar tegen obligatierente op met dat doel juridisch bij belanghebbende gestalde obligatieportefeuilles van F. Belanghebbende hield daartoe indirect 95% in de vennootschappen D en L, die in een fiscale eenheid met haar werden gevoegd. De overige 5% werd gehouden door F, die de obligatieportefeuilles juridisch overdroeg aan D en L, die dat financierden met van dezelfde F verkregen profit participation loans (PPL’s). F beheerde de portefeuilles en bepaalde het beleggingsbeleid. Doordat D en L gevoegd waren met belanghebbende als moeder, zouden de voordelen uit de obligatieportefeuilles fiscaal in aanmerking worden genomen bij belanghebbende en daar weggesaldeerd worden door de renteaftrek. Vermogensrisico’s werden afgedekt met put-optiecontracten met F waardoor waardeveranderingen alleen F aangingen en F de juridische eigendom kon terugverwerven wanneer gewenst. De PPL’s zouden fiscaalrechtelijk eigen vermogen vormen zodat de uitkeringen op de PPL’s aan F (de doorbetaling van de obligatierente) onder de…

Verder lezen
Terug naar overzicht