Door negatief buitenlands inkomen geen verrekening tax sparing credit


Samenvatting

De art. 11 en 23 van het Verdrag Nederland-Brazilië verplichten Nederland ter zake van Braziliaanse rente-inkomen een tax sparing credit aan de ontvanger te verlenen van 20% van die rente. Art. 23, lid 3 beperkt de verrekening tot het laagste bedrag van

(i) de in Brazilië (fictief) geheven belasting (eerste limiet) en

(ii) de vermindering die zou zijn verleend als de rente volgens het Nederlandse eenzijdige Besluit voorkoming dubbele belasting (BvdB) zou zijn vrijgesteld (tweede limiet).

In het jaar van ontvangst (1997) was belanghebbende in een verliespositie en kon zij het credit niet verzilveren. Het credit kan op grond van de Nederlandse regelgeving voortgewenteld worden naar volgende jaren. In 2001 is de belanghebbende in een winstpositie en wil zij het credit verzilveren, maar de inspecteur weigert verrekening omdat er in 2001 geen buitenlands inkomen is. Belanghebbende voert in cassatie aan (i) dat de Braziliaanse rente indirect in de heffingsgrondslag 2001 is begrepen doordat het in dat jaar verrekende verlies 1997 verkleind is met het bedrag van de Braziliaanse rente, zodat verrekening van het tax sparing credit alsnog in 2001 mogelijk moet zijn en (ii) dat het verdrag verwijst naar de vrijstellingsregeling in het BvdB, welke regeling mede een grondslagvoortwentelingsmechanisme inhoudt. De staatssecretaris stelt dat slechts het credit voortgewenteld kan worden, niet de grondslag, en dat het verrekeningsrecht niet verloren is, nu in de jaren na 2001 alsnog een verrekeningsbasis zou kunnen ontstaan. A-G Wattel wijst erop dat het belastingverdrag niet concludent is over de vraag hoe de in art. 23, lid 3…

Verder lezen
Terug naar overzicht