Duidelijke wettekst inzake verkoopregulerend beding moet niet beperkt worden uitgelegd


Samenvatting

Belanghebbende, een woningstichting, heeft in 2005 van de gemeente de juridische eigendom verkregen van een boerderij voor een koopsom van € 1. De boerderij staat op de nominatie om te worden gesloopt en ten tijde van de aankoop is het gekraakt door een 'asociaal' gezin dat eerder uit een van de woningen van belanghebbende is gezet. Belanghebbende en de gemeente komen onder meer overeen dat de boerderij voor hetzelfde bedrag weer aan de gemeente te koop moet worden aangeboden op het moment dat de huidige bewoners het pand hebben verlaten. De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag OVB opgelegd op basis van een ambtelijke taxatie waarin de waarde van de boerderij is gesteld op € 200.000. Het hiertegen door belanghebbende ingestelde beroep is door Rechtbank Leeuwarden gegrond verklaard.

In appel stelt de inspecteur dat geen sprake is van een verkoopregulerend beding en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het hof is van oordeel dat de wettekst duidelijk is en dat wel degelijk sprake is van een verkoopregulerend beding.

(Hoger beroep ongegrond.)

Feiten

De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (de rechtbank noemt belanghebbende eiseres en de inspecteur verweerder).

'Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1. Eiseres heeft op 7 januari 2005 van de gemeente Groningen (de gemeente) de juridische eigendom verkregen van het perceel a-weg te Z voor een koopsom van € 1. Wegens die verkrijging heeft de bij de akte van levering betrokken notaris namens eiseres € 5.700 aan overdrachtsbelasting voldaan, berekend over een waarde van de onroerende zaak van € 95…

Verder lezen
Terug naar overzicht