ECLI:NL:CRVB:2017:2220 Centrale Raad van Beroep , 14-06-2017 / 15/7428 AWBZ

Uitspraak

15/7428 AWBZ

Datum uitspraak: 14 juni 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

27 oktober 2015, 15/1450 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

CIZ

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. F.J.M. Kobossen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2017. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Kobossen en zijn dochter [naam dochter] . CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.C.J.G. van Maris-Kindt.

OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 29 mei 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard, waarbij CIZ in bezwaar heeft gehandhaafd het besluit dat appellant op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) tot en met 13 augustus 2014 aanspraak heeft op Persoonlijke Verzorging, klasse 3 en dat appellant met ingang van 14 augustus 2014 geen aanspraak meer heeft op zorg op grond van de AWBZ. De rechtbank heeft hiertoe samengevat overwogen dat het bestreden besluit is gebaseerd op een deugdelijk medisch advies en dat, nu de beëindiging van de aanspraak heeft plaatsgevonden per toekomstige datum, er geen sprake is van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

2. In hoger beroep heeft appellant verwezen naar de beroepsgronden in zijn beroepschrift. Daarnaast heeft appellant gewezen op zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal. Dit heeft geleid tot een gebrekkige communicatie en een ondeugdelijk medisch advies.

3. De Raad overweegt het volgende.

4.1.

De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank over de gronden van beroep en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. De rechtbank is met juistheid tot de conclusie gekomen dat die beroepsgronden niet slagen.

4.2.

Hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht met betrekking tot zijn kennis van de Nederlandse taal, heeft de Raad niet alsnog tot het oordeel geleid dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Het is de Raad niet kunnen blijken dat de gebrekkige kennis van appellant van de Nederlandse taal ertoe heeft geleid dat het medisch advies dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt ondeugdelijk is. De Raad wijst erop dat het medisch advies mede berust op uitgebreide informatie verkregen van de behandelend sector. Deze informatie is in het medisch advies besproken. Deze informatie is niet miskend.

4.3.

Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en D.S. de Vries en J.P.A. Boersma als leden, in tegenwoordigheid van I.G.A.H. Toma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2017.

(getekend) J. Brand

(getekend) I.G.A.H. Toma

TM