ECLI:NL:GHAMS:2017:1768 Gerechtshof Amsterdam , 09-05-2017 / 200.194.987/01

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.194.987/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 3299025 EJ VERZ 14-115

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 mei 2017

inzake


[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat mr. F. Teuben te Haarlem,

tegen

VERENIGING VAN EIGENAARS [straatnaam] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. B.F. Eblé te Haarlem.

1 Procesverloop

Partijen worden hierna [appellant] en de VvE genoemd.

[appellant] is bij beroepschrift, met een productie, ontvangen ter griffie op 8 juli 2016, in hoger beroep gekomen van de tussen hem en de VvE onder voormeld zaaknummer op 12 april 2016 uitgesproken (eind)beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de kantonrechter). Het beroepschrift strekt ertoe dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en [appellant] op voet van art. 5:121 BW vervangende machtiging zal verlenen tot het herstellen van de constructiefouten in de afvoerleidingen en de schade aan de keukenkasten in het ( [appellant] toebehorende) appartement aan de [adres 1] , met bepaling dat de VvE de door [appellant] (te dezen) te maken kosten dient te voldoen, met beslissing over de proceskosten. Op 27 juli 2016 is nog een nadere productie van de kant van [appellant] ter griffie ingekomen.

Op 7 september 2016 is ter griffie een verweerschrift van de VvE ingekomen. Daarbij verzoekt de VvE de vordering van [appellant] in hoger beroep af te wijzen, met beslissing over de proceskosten.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 februari 2017. De hierboven genoemde advocaten hebben toen de zaak nader toegelicht, die van de VvE aan de hand van aan het hof overgelegde aantekeningen.

Ten slotte is de behandeling gesloten. Nadat partijen tevergeefs hadden geprobeerd in onderling overleg een deskundige in te schakelen, heeft het hof uitspraak bepaald op heden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in de niet in het appel betrokken (deel)beschikking van 6 januari 2015 onder “De feiten”, a tot en met i, een aantal feiten vastgesteld. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.

3 Beoordeling

3.1.

In deze zaak gaat het, voor zover in hoger beroep van belang, om het volgende.

( a) [appellant] is lid van de VvE en eigenaar van het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres 1] .

( b) De VvE is opgericht in 2005. In de akte van splitsing is het modelreglement van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie van 2 januari 1992 van toepassing verklaard. Artikel 9 lid 1 van dit reglement luidt, voor zover van belang:

“Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden ondermeer gerekend, voor zover aanwezig:

(…)

b. de technische installaties met de daarbij behorende leidingen, met name voor (…) de vuilafvoer, de leidingen voor de afvoer van hemelwater en de riolering, de leidingen voor gas en water (…), alles voor zover die installaties niet uitsluitend ten dienste van één privé gedeelte strekken.”

( c) [appellant] heeft sinds 2013 in zijn woning onder meer last van lekkage: in de keuken raakt de afvoerleiding telkens verstopt, waardoor condenswater van de Quooker niet goed wordt afgevoerd en waterschade aan de keukenkasten is ontstaan.

( d) Het probleem is in opdracht van de VvE met behulp van een camera onderzocht door Riooltechniek [X] (verder: [X] ), die daarover op 29 augustus 2014 heeft gerapporteerd:

“Het rioolsysteem ligt van de keuken uit naar het toilet, daarvandaan onder de badkamer van de buurman door naar de standleiding, deze afstand is behoorlijk lang (…) De leiding ligt behoorlijk vlak (horizontaal) met hier en daar een verzakking. Wanneer de camera (doorsnede 50 mm) bij keuken is ingevoerd en het toilet wordt doorgetrokken, komt het water deels richting keuken gelopen, wat naar de standleiding behoort te gaan, dat duid op het probleem van de verstopping (…) in de keukenafvoer. Wanneer de grote camera via de toilet afvoer wordt ingevoerd, zie je meerdere verzakkingen wat tevens verklaart, dat het afvalwater niet lekker wegloopt, en ook weer terug loopt in de leiding richting keuken. Er is ook een verkeerde (T45) aansluiting in het riool geplaatst op 2.20M bij de standleiding, waardoor er tegenstroom ontstaat. Tevens is er een horizontale ontspanningsleiding gehanteerd, waar ook door de verstopping in de keukenafvoer vuil terecht gaat komen, die niet is te reinigen en tevens niet te controleren met de camera.”

( e) [appellant] heeft zelf EMN Expertise (verder: EMN) ingeschakeld. Uit het door EMN opgestelde rapport van 29 september 2014 blijkt, kort gezegd, dat EMN de technische bevindingen van [X] onderschrijft. EMN heeft de schade aan de keukenkasten begroot op € 850,= inclusief btw.

( g) Bij brief van 22 mei 2014 heeft de gemachtigde van [appellant] de VvE gesommeerd de oorzaak van de lekkage te verhelpen en de schade van [appellant] te vergoeden. Hieraan heeft de VvE geen gevolg gegeven.

( h) Bij het inleidende verzoekschrift heeft [appellant] , voor zover in hoger beroep van belang, de kantonrechter verzocht hem een vervangende machtiging te verlenen voor het herstellen van de constructiefouten in de afvoerleidingen van de keuken en het herstel van de schade aan de keukenkasten, met bepaling dat de VvE de door [appellant] (te dezen) nog te maken kosten moet vergoeden.

( i) Ingevolge tussenbeschikking van 12 mei 2015 heeft de VvE DEKRA Experts B.V. (verder: Dekra) een rapport doen uitbrengen. Dekra heeft op haar beurt Polygon Nederland B.V. (verder: Polygon) ter plaatse onderzoek doen verrichten, dat heeft plaatsgevonden op 30 juni 2015. De (ongedateerde) rapportage van Polygon luidt, voor zover van belang:

“Visuele inspectie: Visueel is er ten tijde van het onderzoek en tijdens belastingen van de keuken afvoer en tegelijkertijd van de badkamer op nr. [adres 2] [buurappartement; hof] niet te zien dat het water in de keuken niet weg kan. Ook is er geen water in de goot steenkast te zien wat vanuit de afvoer naar boven zou kunnen komen.

(…)

Endoscopie: Met de endoscoop inde keukenafvoer gekeken in het horizontale gedeelte. Tijdens de zware belastingen van de badkamer op nr. [adres 2] , is er geen terugstromend water te zien in de keukenafvoer. Dit was weel te verwachten als de afvoer welke naar de standleiding toe gaat op tegenschot ligt.

Conclusie: Volgens bewoner van appartementnr [adres 1] [ [appellant] ; hof] zou de afvoerleiding welke naar de standleiding toegaat op tegenschot liggen, waardoor er water in de (…) afvoer blijft staan en vuiligheid richting de keuken wordt getransporteerd, waardoor er zodoende verstopping in de keukenafvoer ontstaat. (…) Wanneer er sprake zou zijn van enig tegenschot in welk gedeelte van de afvoerleiding welke in het verlengde ligt (110 mm pijp), dan zou er, tenzij de kleinere afvoer van de keuken aan de bovenzijde van de 110mm aansluiting is aangesloten, water in moeten komen. Op de foto is te zien dat de afvoer niet goed is gereinigd. Vuilresten kleven aan de bovenzijde van de afvoer. (…)”

Dekra schrijft in haar rapport van 14 juli 2015:

“Tijdens het onderzoek heeft men [Polygon; hof] onder andere het ligbad in appartement [adres 2] vol en leeg laten lopen, er was geen sprake van tegenstroom of terugstromend water in de afvoerleiding richting keuken van appartement [adres 1] .

Wij hebben ons telefonisch verstaan met de heer (…) van Polygon (…). Deze heeft verklaard dat in de horizontale afvoerleiding in de keuken van partij 2 [ [appellant] ; hof], circa 1 m1 vanuit de keukenafvoer gemeten vuilresten in de vorm van vervetting zijn aangetroffen (…).

Van constructie- dan wel uitvoeringsfouten is vooralsnog niets gebleken.

Dit kan betekenen dat er sprake zou kunnen zijn van een onjuist gebruik van de keukenafvoer door partij 2.”

( j) Bij de bestreden (eind)beschikking heeft de kantonrechter, die op 8 maart 2016 een nadere zitting heeft gehouden en toen ook [B] van Polygon en [X] heeft gehoord, het verzoek van [appellant] afgewezen en daartoe overwogen:

“12. Uit de rapportages en de toelichtingen blijkt dat de betrokken deskundigen ieder tot een andere uitkomst komen.

13. Waar het in deze zaak in de kern om gaat is dat [appellant] de gronden voor zijn verzoek moet stellen en bij betwisting moet bewijzen, waarbij hij het risico van de bewijslast draagt. [appellant] heeft gesteld dat de door hem geleden schade door de lekkage in de keuken het gevolg is van constructiefouten in de afvoerleidingen. De VvE heeft dat betwist, zodat [appellant] bewijs van zijn stellingen moet bijbrengen.

14. In dat laatste is [appellant] niet geslaagd. De deskundige van Polygon heeft zijn eigen bevindingen onderbouwd en de bevindingen van de deskundige [X] , die gebreken had geconstateerd, niet bevestigd. Volgens Polygon was er geen sprake van een gebrek bij de afvoerleidingen.

15. Gelet hierop komt de kantonrechter tot de conclusie dat het verzoek van [appellant] moet worden afgewezen.”

De kantonrechter heeft de kosten van het onderzoek van Dektra/Polygon voor rekening van de VvE gelaten en [appellant] in de proceskosten verwezen.

3.2.

De grieven kunnen gezamenlijk worden besproken. Zij strekken er, kort gezegd, toe dat [appellant] de onder 3.1 (h) omschreven machtiging alsnog wordt verleend. Het hof oordeelt als volgt.

3.3.

Wat er zij van de opstelling van de VvE (in de loop van het geding) in eerste aanleg, het staat haar vrij thans in appel de door [appellant] aan zijn verzoek ten grondslag gelegde constructiefouten aan de afvoerleidingen te betwisten.

3.4.

Het hof heeft behoefte aan nadere deskundige voorlichting. Het is daarom voornemens één (ter zake van afvoerleidingen) deskundige te benoemen teneinde de vraag te beantwoorden of de afvoerleidingen in het gebouw waarin zich het appartement van [appellant] ( [adres 1] ) bevindt constructiefouten bevat die tot gevolg hebben dat de afvoerleiding in de keuken van het appartement van [appellant] telkens verstopt raakt en, zo ja, hoe deze constructiefouten dienen te worden hersteld en wat dat dan gaat kosten. Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen om bij aan het hof te zenden brief (met afschrift aan de wederpartij) aan te geven of zij concrete suggesties hebben ten aanzien van de persoon van de te benoemen deskundige en/of de aan deze te stellen vraag of vragen. Partijen mogen in beginsel niet op elkaars brieven reageren.

3.5.

Het hof ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding partijen ieder met de helft van het voorschot van de deskundige te belasten.

3.6.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 Beslissing

Het hof:

bepaalt dat partijen uiterlijk op 6 juni 2017 hof een brief sturen met het doel als onder 3.4 bepaald;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R.J.M. Smit, C. Uriot en M.A.J.G. Janssen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2017.