ECLI:NL:GHAMS:2017:2258 Gerechtshof Amsterdam , 13-06-2017 / 200.203.722 en 200.203.495

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummers : 200.203.495/01 NOT en 200.203.722/01 NOT

nummers eerste aanleg : SHE/2016/27 en SHE/2016/26

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 juni 2017

inzake zaaknummer 200.203.495/01 NOT

[naam] ,

notaris te [plaats] ,

appellante,

gemachtigde: mr. H.J. Rosens, advocaat te Veldhoven,

tegen

[naam] , in zijn hoedanigheid van mentor en bewindvoerder over de goederen van

[naam] ,

wonend te [plaats] ,

geïntimeerde,

en

inzake zaaknummer 200.203.722/01 NOT

[naam] ,

notaris te [plaats] ,

appellant,

gemachtigde: mr. H.J. Rosens, advocaat te Veldhoven,

tegen

[naam] , in zijn hoedanigheid van mentor en bewindvoerder over de goederen van

[naam] ,

wonend te [plaats] ,

geïntimeerde.

1 De gedingen in hoger beroep

1.1.

In deze zaken hebben appellanten (hierna afzonderlijk: notaris sub 1 en notaris sub 2 en tezamen: de notarissen) op 17 november 2016 een beroepschrift met bijlagen bij het hof ingediend tegen twee beslissingen van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 17 oktober 2016 (ECLI:NL:TNORSHE:2016:36 en ECLI:NL:TNORSHE:2016:37). De kamer heeft in eerstbedoelde beslissing de klacht van geïntimeerde (hierna: klager) tegen notaris sub 1 op het punt van schending van de geheimhoudingsplicht gegrond verklaard, de klacht voor het overige ongegrond verklaard en aan notaris sub 1 de maatregel van waarschuwing opgelegd. De kamer heeft in de andere beslissing de tegen notaris sub 2 gerichte klacht gegrond verklaard en aan hem de maatregel van waarschuwing opgelegd.

1.2.

Klager heeft op 20 december 2016 een verweerschrift met bijlagen bij het hof ingediend.

1.3.

De zaken zijn gezamenlijk behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 maart 2017. De notarissen, vergezeld van hun gemachtigde, en klager zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van de notarissen aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissingen heeft vastgesteld. De notarissen hebben tegen de vaststelling van die feiten op een punt bezwaar gemaakt. Het hof zal hiermee (voor zover relevant) bij de beoordeling rekening houden.

3.2.

Samengevat weergegeven gaat het in deze zaken om het volgende.

3.2.1.

De grootouders van klager hebben in 1998 een winkel/woonhuis met toebehoren (verder: het registergoed) in eigendom overgedragen aan de ouders van klager onder voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning van het voormalige bakkerij-gedeelte van het registergoed. Het recht van gebruik en bewoning van de opa van klager is door diens overlijden geëindigd. De oma van klager, [naam] , (verder: oma) is in 2014 verhuisd naar een woonzorgcentrum. Op 23 december 2014 is het registergoed verkocht.

3.2.2.

Bij beschikkingen van 16 januari 2015 heeft de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, (verder: de kantonrechter) een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan oma en een mentorschap over oma ingesteld. Klager is hierbij tot bewindvoerder en mentor benoemd.

3.2.3.

Klager heeft bij e-mail van 18 januari 2015 een verzoek tot het verkrijgen van een rechterlijke machtiging tot het doen van afstand van het recht van gebruik en bewoning om niet naar het zakelijk e-mailadres van zijn vader gezonden. De vader van klager (verder: vader) was toentertijd werkzaam als notarisklerk op het kantoor van de notarissen.

3.2.4.

Bij brief van 19 januari 2015 aan genoemde rechtbank heeft klager in zijn hoedanigheid van bewindvoerder een verzoek tot het verkrijgen van een rechterlijke machtiging tot het doen van afstand van het recht van gebruik en bewoning om niet ingediend. Als bijlage is bijgevoegd een brief van 15 januari 2015 waarin uit naam van notaris sub 1 hetzelfde verzoek werd gedaan.

3.2.5.

Bij beschikking van 26 januari 2015 heeft de kantonrechter de verzochte machtiging verleend onder toekenning van een financiële tegenprestatie van ongeveer € 24.000,-.

3.2.6.

Op 30 januari 2015 heeft [naam] , kandidaat-notaris op het kantoor van de notarissen, als plaatsvervanger van notaris sub 2 de akte houdende afstand van het recht van gebruik en bewoning verleden. In deze akte staat dat de kantonrechter akkoord is gegaan met de afstanddoening.

Op diezelfde datum heeft het notariskantoor de overdracht van het registergoed verzorgd.

3.2.7.

Tegen de hiervoor in 3.2.5. genoemde beschikking van 26 januari 2015 heeft klager hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. In het beroepschrift staat notaris sub 1 als belanghebbende genoemd. Bij het beroepschrift zijn bijgevoegd een neurologisch rapport ten aanzien van oma en de stakingsbalans van de onderneming van de grootouders van klager.

3.2.8.

Bij brief van 22 juni 2015 heeft notaris sub 1 aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch laten weten dat zij op geen enkele wijze betrokken is bij het door klager ingediende beroepschrift en in de procedure in hoger beroep niet als belanghebbende wenst te worden aangemerkt.

3.2.9. Medio augustus 2015 heeft het notariskantoor een verzoek ingediend bij de kantonrechter strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van vader. In die procedure is door het notariskantoor onder meer aangevoerd dat vader zonder overleg met notaris sub 1 namens klager het verzoek tot het verkrijgen van een rechterlijke machtiging tot het doen van afstand van het recht van gebruik en bewoning om niet bij de kantonrechter had ingediend. Bij het verzoekschrift zijn onder meer als bijlagen overgelegd het neurologische rapport van oma en de stakingsbalans van de onderneming van de grootouders van klager.

4 Standpunt van klager

De klacht van klager valt in de volgende onderdelen uiteen.

i. De notarissen hebben hun geheimhoudingsplicht geschonden door in de door hen geëntameerde ontbindingsprocedure met betrekking tot de vader van klager het neurologische rapport van oma en de stakingsbalans van de onderneming van de grootouders van klager in het geding te brengen.

ii. Klager verwijt notaris sub 1 dat zij zich heeft verzet tegen het feit dat zij in de door klager ingestelde hoger beroepsprocedure als belanghebbende werd aangemerkt.

Klager heeft aan de klacht het volgende ten grondslag gelegd. Ten behoeve van de verkoop van het registergoed in onbezwaarde staat heeft klager aan het notariskantoor opdracht verleend voor de afstanddoening van het recht van gebruik en bewoning van oma op het registergoed. In dat verband heeft klager onder meer het neurologische rapport van oma en de stakingsbalans van de onderneming van de grootouders van klager aan het notariskantoor doen toekomen. Deze stukken zijn daarmee tot het dossier van oma gaan behoren. In het protocol van notaris sub 2 is de akte houdende afstand van het recht van gebruik en bewoning gepasseerd. Notaris sub 1 is bekend geworden met de desbetreffende stukken door haar tussenkomst bij het verzoek aan de kantonrechter om machtiging tot het doen van afstand van het recht van gebruik en bewoning om niet.

5 Standpunt van de notarissen

De notarissen hebben verweer gevoerd. Hun standpunt wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6. Beoordeling

Belang

6.1.

Met de kamer is het hof van oordeel dat klager in zijn hoedanigheid van mentor van oma en bewindvoerder over het vermogen van oma een redelijk belang heeft bij zijn klacht dat de notarissen hun geheimhoudingsplicht hebben geschonden ten aanzien van gegevens van oma. Deze gegevens heeft klager in voormelde hoedanigheid in het kader van de afstand van het recht van gebruik en bewoning van oma op het registergoed overgelegd en de klacht moet worden beschouwd als ingediend ter bescherming van de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van oma. Aldus kan klager in zijn klacht worden ontvangen.

Klachtonderdeel i.

6.2.

Artikel 22 lid 1 eerste zin van de Wet op het notarisambt bepaalt dat de notaris, voor zover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald, ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis neemt tot geheimhouding is verplicht.

Vast is komen te staan dat het neurologische rapport van oma en de stakingsbalans van de onderneming van de grootouders van klager in het dossier van oma waren gevoegd. In dit dossier is in het protocol van notaris sub 2 op 30 januari 2015 door een plaatsvervanger van notaris sub 2 de akte houdende afstand van het recht van gebruik en bewoning gepasseerd. Notaris sub 1 heeft vorenbedoelde stukken - in elk geval - ontvangen als bijlagen bij het (door klager ingediende) beroepschrift in de procedure tot het verkrijgen van een rechterlijke machtiging tot het doen van afstand van het recht van gebruik en bewoning om niet. Anders dan de notarissen betogen, zijn deze stukken notaris sub 1 in haar hoedanigheid van notaris toegezonden. Het hof is dan ook van oordeel dat de notarissen uit hoofde van hun werkzaamheid als notaris moeten worden geacht kennis te hebben genomen van genoemde stukken en dat deze stukken daarmee onder hun geheimhoudingsplicht vielen.

6.3.

Ter zitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat de notarissen in het kader van de ontslagprocedure ten aanzien van de vader van klager met hun gemachtigde overleg hebben gevoerd, dat zij vorenbedoeld beroepschrift met alle bijlagen aan hem hebben verstrekt en dat hij vervolgens deze stukken integraal in de ontslagprocedure heeft ingebracht. De notarissen zijn voor deze gang van zaken verantwoordelijk te houden. Het hof is van oordeel dat de notarissen tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door de stukken integraal - via hun gemachtigde - in vorenbedoelde ontslagprocedure in te brengen. Dit stond hun gezien de op hen rustende geheimhoudingsplicht niet vrij. De stelling van de notarissen dat in de ontslagprocedure de betrokken partijen reeds bekend waren met deze stukken en dat de rechters gebonden zijn aan geheimhouding maakt dat niet anders en treft dan ook geen doel. Hetzelfde geldt voor het betoog van de notarissen dat de stukken reeds in de procedure tot het verkrijgen van een rechterlijke machtiging tot het doen van afstand van het recht van gebruik en bewoning om niet waren ingebracht. In die procedures was het immers klager, in zijn hoedanigheid van mentor van oma en bewindvoerder over de goederen van oma, die deze stukken in het geding had gebracht. Bovendien waren deze stukken benodigd voor de beoordeling van het verzoek. Dit klachtonderdeel is gegrond.

Klachtonderdeel ii.

6.4.

Het hof verenigt zich met het oordeel van de kamer dat het notaris sub 1 vrij stond om er bezwaar tegen te maken dat zij in de door klager ingestelde hoger beroepsprocedure als belanghebbende is aangemerkt. Wat van de betrokkenheid van notaris sub 1 in de bij de kantonrechter gevoerde procedure ook zij, in hoger beroep was notaris sub 1 geen belanghebbende en evenmin in formele of materiële zin procesdeelnemer, omdat zij daarin niet optrad en ook niet kon optreden als procesvertegenwoordiger van oma of klager.

6.5.

Het hof acht met betrekking tot de gegrondbevinding van klachtonderdeel i. de maatregel van waarschuwing passend. Hierbij heeft het hof rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden van het geval. De schending van de geheimhoudingsplicht heeft plaatsgehad in de ontslagprocedure van de vader van klager en de zoon van oma aan wie als ontslaggrond wordt verweten dat hij zonder overleg met notaris sub 1 namens zijn zoon (klager) het verzoek tot het verkrijgen van een rechterlijke machtiging tot het doen van afstand van het recht van gebruik en bewoning om niet bij de kantonrechter heeft ingediend. Verder acht het hof het aannemelijk dat in die procedure de vertrouwelijke stukken ten aanzien van oma abusievelijk zijn overgelegd.

6.6.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.7.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof bevestigt de bestreden beslissingen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J.H. Lieber en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017 door de rolraadsheer.