ECLI:NL:GHAMS:2017:2479 Gerechtshof Amsterdam , 21-06-2017 / 13/669051-17

Uitspraak

13/669051-17

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van

[appellant] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

postadres: [adres] ,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 2 juni 2017, houdende afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voornoemd.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2017, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte, mr. C.M. Buisman.

De beoordeling

Het hof verenigt zich niet met de beschikking waarvan beroep.

Het hof is van oordeel, met de advocaat-generaal, dat de recidivegrond onverkort van toepassing is, gelet op de documentatie van de verdachte en het feit dat de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde in een proeftijd liep. Het hof legt de twaalfjaarsgrond en de geschokte rechtsorde mede ten grondslag aan de voorlopige hechtenis, naast de recidivegrond. Er is sprake van een verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld. Gelet op de ernst en aard van de verdenking is het hof van oordeel dat er (ook nu nog) sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte thans een zodanig publiek onbehagen teweeg zou brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust. Het hof ziet thans onvoldoende aanleiding ook het vluchtgevaar aan de voorlopige hechtenis ten grondslag te leggen, zoals door de advocaat-generaal gevorderd.

Met betrekking tot het namens de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is ter zitting gebleken. De raadsvrouw heeft gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de verdachte zich vrijwillig heeft gemeld bij hulpverleningsinstanties en dat die contacten goed verlopen. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte toewijzen.

13/669051-17

De beslissing

Het hof:

WIJST TOE het beroep tegen de bestreden beschikking.

VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.

BEVEELT de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 90 dagen.

WIJST TOE het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van

donderdag 22 juni 2017 te 12:00 uur tot aan de inhoudelijke behandeling van zijn zaak, welke beslissing afzonderlijk zal worden geminuteerd.

Deze beschikking is gegeven op 21 juni 2017 in raadkamer van dit hof door

mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,

mrs. A.M. van Woensel en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 21 juni 2017,

de advocaat-generaal

13/669051-17

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

SCHORSINGSBESCHIKKING

Het hof heeft bij beschikking van heden in de zaak van:

[appellant] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

postadres: [adres] ,

het beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 2 juni 2017, houdende afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voornoemd afgewezen. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis is toegewezen.

De beoordeling

Het hof acht termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen onder de navolgende voorwaarden.

De beslissing

Het hof:

SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van donderdag 22 juni 2017 te 12:00 uur tot aan de inhoudelijke behandeling van zijn zaak,

zulks onder de voorwaarden dat de verdachte:

1. indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;

2. ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

3. bij iedere oproeping vanwege een justitiële instantie in persoon zal verschijnen;

4. zich niet zal schuldig maken aan strafbare feiten;

5. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het

nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in

artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

6. elke adreswijziging schriftelijk door zal geven aan de officier van justitie in het arrondissementsparket Amsterdam onder vermelding van 13/669051-17;

13/669051-17

Deze beschikking is gegeven op 21 juni 2017 in raadkamer van dit hof door

mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,

mrs. A.M. van Woensel en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 21 juni 2017,

de advocaat-generaal

Verder lezen