ECLI:NL:GHARL:2015:10199 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 29-10-2015 / 21-007980-13

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007980-13

Uitspraak d.d.: 29 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 7 oktober 2013 met parketnummer 18-671011-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling ter zake van het onder 1,

2 (met uitzondering van de 13 (centraalvuur) knalpatronen, merk Pobjeda Sports,

kaliber 6 mm knal en 3, primair, ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. B.P.M. Canoy, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na de door het hof toegelaten wijziging van de tenlastelegging - tenlastegelegd dat:

1:hij in omstreeks de periode van 16 december 2012 tot en met 2 januari 2013, te Ureterp, gemeente Opsterland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of verdachtes medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om opzettelijk, één of meer dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten (een) konijn(en), te vangen en/of te bemachtigen en/of met het oog daarop op te sporen, zich met zijn mededader(s), althans alleen, een of meermalen heeft/hebben bevonden in het (heide)gebied Merskenheide en daar op of nabij wildwissel(s) een of meer strikken hebben/heeft geplaatst en/of (vervolgens) die strik(ken) hebben/heeft gecontroleerd en/of herschikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:hij in of omstreeks de periode van 2 december 2012 tot en met 2 januari 2013, te Ureterp, gemeente Opsterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in een woning gelegen aan de [a-straat 1])

een of meer wapens van categorie III, te weten:

- een (enkelschots) kogelgeweer, merk Lakefield, model 64B, kaliber .22LR en/of

- een (enkelschots) kogelgeweer, merk Anschutz, model 1386, kaliber .22LR en/of

- een vuurwapen (patroonmagazijn), merk Anschutz, kaliber .22LR en/of

munitie van categorie III, te weten:

- 534 ( randvuur) kogelpatronen, kaliber .22LR en/of

- 222 ( randvuur) kogelpatronen, kaliber .22Short en/of

- 11 ( centraalvuur) kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber 9mm Luger en/of

- 13 ( centraalvuur) knalpatronen, merk Pobjeda Sports, kaliber 6mm knal en/of

- 65 ( centraalvuur) hagelpatronen, merk Fiocchi, kaliber 12 en/of

- 14 ( centraalvuur) hagelpatronen, merk Chasce, kaliber 20 en/of

- 5 ( centraalvuur) kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber .222 en/of

- 8 ( centraalvuur) kogelpatronen, merk PTY, kaliber .223 Remington en/of

- 1 ( centraalvuur) knalpatroon, merk AL, kaliber 9mm,

voorhanden heeft gehad;

3 primair:hij op of omstreeks 2 januari 2013 december 2010, te Appelscha, in de gemeente Ooststellingwerf, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- 0,4 kg flashbangers, artikelnummer TC-5B, althans een hoeveelheid flashbangers, artikelnummer TC-5B,

voorhanden heeft gehad;

3 subsidiair:hij op of omstreeks 2 januari 2013 december 2010, te Appelscha, in de gemeente Ooststellingwerf, al dan niet opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- 0,4 kg flashbangers, artikelnummer TC-5B, althans een hoeveelheid flashbangers, artikelnummer TC-5B,

voorhanden heeft gehad;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Nietigheid van de dagvaarding

Het hof stelt vast dat de steller van de tenlastelegging met feit 1 heeft beoogd een poging ten laste te leggen. In de (gewijzigde) tenlastelegging van dit feit zijn echter niet alleen handelingen omschreven die kunnen worden beschouwd als handelingen ter uitvoering van het voornemen om een of meer van de in artikel 9 van de Flora- en faunawet genoemde delicten te plegen, maar ook handelingen die zelf reeds opleveren het in artikel 9 van de Flora- en faunawet opgenomen voltooide delict van "opsporen met het oog op vangen of bemachtigen". Die handelingen kunnen derhalve, anders dan tenlastegelegd, niet worden gezien als strekkende ter uitvoering van het voornemen van verdachte om dat delict te plegen. Aldus lijdt de tenlastelegging aan innerlijke tegenstrijdigheid en is niet duidelijk wat verdachte wordt verweten. Nu het hier gaat om een essentieel en bepalend onderdeel van de tenlastelegging zal het hof de dagvaarding, voor wat betreft dit feit, nietig verklaren.

Partiële vrijspraak

Bewezen kan worden verklaard dat verdachte 0,4 kg flashbangers voorhanden heeft gehad, maar niet dat deze flashbangers waren voorzien van artikelnummer TC-5B, zoals onder

3 primair en subsidiair is ten laste gelegd. Bij verdachte is 1 kilogram flashbangers aangetroffen met artikelnummer SP 1010. Uit de bij het dossier gevoegde deskundigenberichten blijkt dat er sprake is van van elkaar te onderscheiden soorten vuurwerk. Partiële vrijspraak van het artikelnummer TC-5B levert naar het oordeel van het hof een ontoelaatbare grondslagverlating op. Gelet op het vorenstaande acht het hof het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig bewezen, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2:hij in de periode van 2 december 2012 tot en met 2 januari 2013, te Ureterp, gemeente Opsterland, tezamen en in vereniging met anderen, in een woning gelegen aan de

[a-straat 1])

wapens van categorie III, te weten:

- een enkelschots kogelgeweer, merk Lakefield, model 64B, kaliber .22LR en

- een enkelschots kogelgeweer, merk Anschutz, model 1386, kaliber .22LR en

- een vuurwapen (patroonmagazijn), merk Anschutz, kaliber .22LR en

munitie van categorie III, te weten:

- 534 randvuur kogelpatronen, kaliber .22LR en

- 222 randvuur kogelpatronen, kaliber .22Short en

- 11 centraalvuur kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber 9mm Luger en

- 65 centraalvuur hagelpatronen, merk Fiocchi, kaliber 12 en

- 14 centraalvuur hagelpatronen, merk Chasce, kaliber 20 en

- 5 centraalvuur kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber .222 en

- 8 centraalvuur kogelpatronen, merk PTY, kaliber .223 Remington

voorhanden heeft gehad;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd (m.b.t. de wapens)

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (m.b.t. de munitie).

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft samen met anderen in de bewezen verklaarde periode een drietal verboden vuurwapens en 859 stuks munitie voorhanden gehad.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 september 2015 blijkt dat verdachte meermalen ter zake van het plegen van strafbare feiten, waaronder in een verder verleden eenmaal ter zake van soortgelijke feiten als bewezen verklaard, is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden de bewezen verklaarde feiten te begaan.

Op grond van het vorenstaande en mede in aanmerking nemende de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten straftoemeting acht het hof de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend en geboden.

Daarnaast stelt het hof het volgende vast.

Verdachte heeft een zware hartoperatie ondergaan, gebruikt zware medicijnen en is gauw moe. In verband daarmee heeft verdachte ter zitting van het hof desgevraagd verklaard dat hij wel in staat is een taakstraf te verrichten, indien rekening wordt gehouden met zijn gezondheid.

Uit voormeld Uittreksel blijkt voorts dat de laatste veroordeling van verdachte dateert uit 2012.

Het hof stelt vast dat de berechting van deze zaak in hoger beroep niet heeft plaats gevonden binnen de als redelijk te beschouwen termijn van twee jaren. Dit houdt met name verband met de tijd, gemoeid met de inzending van het dossier. Het dossier is eerst op 10 april 2015 binnen gekomen bij het hof. Het hof heeft de zaak wel voortvarend behandeld.

De totale overschrijding van de redelijke termijn bedraagt uiteindelijk 8 dagen. Het hof zal volstaan met de vaststelling van deze overschrijding.

Alles afwegend acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer geïndiceerd. Het hof is van oordeel dat een passende bestraffing gevonden kan worden in het opleggen van de door de politierechter opgelegde taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de gewijzigde inleidende dagvaarding voor wat betreft het onder 1 ten laste gelegde nietig.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. J.J. Beswerda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,

en op 29 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.