ECLI:NL:GHARL:2017:5138 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-06-2017 / WAHV 200.164.842

Uitspraak

WAHV 200.164.842

19 juni 2017

CJIB 167029913

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Limburg

van 20 november 2014

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaats],

in deze procedure vertegenwoordigd door

[vertegenwoordiger], wonende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard, de locatie in de inleidende beschikking gewijzigd en het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal verzocht om aanvullende informatie.

Na ontvangst van de aanvullende informatie, is de vertegenwoordiger van de betrokkene in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft een reactie gegeven op de aanvullende informatie.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 85,- opgelegd ter zake van “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”, welke gedraging zou zijn verricht op 12 november 2012 om 13:59 uur op de Markt te Maastricht met het voertuig met het kenteken [kenteken]. De plaats van de gedraging is door de kantonrechter gewijzigd in Grote Gracht te Maastricht.

2. De vertegenwoordiger van de betrokkene (hierna: de betrokkene) vindt de sanctie onterecht. Hij beschikt namelijk over een ontheffing om de voetpadzone Hochterpoort in te rijden via de kortste route van zijn werk- naar zijn woonadres. De Grote Gracht bevindt zich op die route. De betrokkene stelt verder dat in de Helmstraat, op de kruising met de Grote Gracht, een verkeerslicht staat dat bedoeld is voor bussen en bestemmingsverkeer. Bij zijn ontheffing heeft de betrokkene een sensor (het hof begrijpt: een transponder) gekregen die hij onder zijn auto heeft gemonteerd. De transponder doet het betreffende verkeerslicht op wit springen, zodat de betrokkene over de Grote Gracht kan rijden. De betrokkene heeft een kopie van de ontheffing, een plattegrond en een foto gevoegd bij zijn beroepschrift.

3. Het hof stelt op basis van de stukken het volgende vast.

4. Door de verbalisant is op ambtsbelofte verklaard dat het voertuig van de betrokkene op 12 november 2012 omstreeks 13:59 uur de Grote Gracht op is gereden en dat de bestuurder daarmee het daar geplaatste verkeersbord C12 (gesloten voor alle motorvoertuigen) heeft genegeerd.

5. Artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bepaalt dat het bevoegd gezag een ontheffing kan verlenen van verschillende in die regeling opgenomen voorschriften.

6. De tekst van de door de [de gemeente] verstrekte ontheffing, waarvan de betrokkene een afschrift heeft meegestuurd, luidt, voor zover van belang, als volgt:

‘Ontheffing; geldig vanaf 01-01-2012 tot en met 31-12-2012.Geldig voor het berijden van voetpad Hochterpoort.Geldig voor onmiddellijk laden en lossen van goederen nabij [adres]. In- en uitrijden via kortste route. Parkeren op de weg waarvoor de ontheffing geldt is verboden. Uitsluitend geldig voor voertuig(en) met kenteken: [kenteken].’

7. De betrokkene heeft verder een foto overgelegd van het verkeersbord dat aan het begin van voetpad Hochterpoort is geplaatst. Het gaat om een bord G7 (voetpad), met daarboven ‘Zone’ en als onderbord: ‘inrijden bestemmingsverkeer t.b.v. laden en lossen van 7.00 tot 19.00 u toegestaan’.

8. Het hof stelt vast dat de sanctie in de onderhavige zaak niet het inrijden van voetgangerszone Hochterpoort betreft, maar het inrijden van de Grote Gracht, die blijkens de verklaring van de verbalisant is voorzien van een verkeersbord C12 (gesloten voor alle motorvoertuigen).

9. De betrokkene heeft gesteld dat de Grote Gracht zich op de kortste route van zijn woning naar zijn werk bevindt. De ontheffing staat de betrokkene toe om de Hochterpoort in te rijden via de kortste route. De betrokkene stelt dan ook dat het hem was toegestaan de Grote Gracht te berijden, te meer nu de verstrekte transponder hem in staat stelt het verkeerslicht bij de geslotenverklaring te passeren.

10. De advocaat-generaal heeft de verbalisant een aanvullend proces-verbaal laten opmaken. Daarin verklaart de verbalisant dat de transponder niet het door de betrokkene bedoelde verkeerslicht betreft, maar een ander verkeerslicht. Verder verklaart de verbalisant dat de Grote Gracht niet op de kortste route van de woning van de betrokkene naar diens werkadres ligt.

11. De reikwijdte van de aan de betrokkene verleende ontheffing wordt bepaald door de bewoordingen daarvan. Voor zover deze nadere uitleg behoeven, kan de werking van de aan de betrokkene verstrekte transponder mede van belang zijn. Gelet op het door de betrokkene overgelegde kaartmateriaal, gecombineerd met openbaar toegankelijke cartografische informatie van Google Maps, oordeelt het hof dat de Grote Gracht wel kan worden gezien als onderdeel van de kortste route van het woonadres van de betrokkene naar zijn werkadres. De betrokkene stelt hij deze route sinds jaar en dag aflegt en dat de hem verstrekte transponder tot eind 2016 functioneerde voor het verkeerslicht op de Helmstraat en dat dit verkeerslicht toegang geeft tot de Grote Gracht. Het hof is van oordeel dat deze verklaring van de betrokkene niet onaannemelijk is en onvoldoende door het aanvullend proces-verbaal wordt weerlegd. In aanmerking genomen dat in de ontheffing niet concreet is vastgelegd wat onder de kortste route moet worden verstaan, in samenhang met de door de betrokkene gestelde werking van de bijbehorende transponder, mocht de betrokkene binnen de grenzen van de ontheffing geacht te zijn toegestaan om via de Grote Gracht te rijden. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

12. De inleidende beschikking kan gelet op het voorgaande niet in stand blijven. Het hof beslist daarom als volgt.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 167029913 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.