ECLI:NL:GHARL:2017:5343 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 27-06-2017 / WAHV 200.186.255

Uitspraak

WAHV 200.186.255

27 juni 2017

CJIB 183841067

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 22 januari 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

[betrokkene] heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

[betrokkene] is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 13 juni 2017. [betrokkene] is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen J.J. Lammers.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet binnen de in artikel 11, derde lid, van de WAHV gestelde termijn zekerheid is gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim is hersteld. De kantonrechter achtte het verzuim niet verschoonbaar en heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

2. Het hof stelt het volgende vast. De sanctie is bij inleidende beschikking opgelegd aan [X]. Deze is derhalve de beroepsgerechtigde in de zin van artikel 6, eerste lid, van de WAHV. Het beroep tegen de inleidende beschikking is ingediend door [betrokkene], derhalve door een ander dan de beroepsgerechtigde. De officier van justitie heeft het beroep niet ontvankelijk verklaard omdat [betrokkene] geen machtiging heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij namens [X] gerechtigd is beroep tegen de inleidende beschikking in te stellen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen moet worden verstaan dat het beroep van [betrokkene] tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk is verklaard, omdat deze niet beroepsgerechtigd is. Dat brengt mee dat [betrokkene] voor het instellen van beroep tegen deze beslissing (zelfstandig) beroepsgerechtigd is, gelet op artikel 9, eerste lid, WAHV. Het hof verstaat de beslissing van de kantonrechter in dit verband dan ook als beslissing op het beroep van [betrokkene].

3. Ingevolge het bepaalde in artikel 11, derde lid, WAHV, dient de indiener van het beroepschrift zekerheid te stellen. Het is echter in een situatie als deze, waarin de indiener van het beroepschrift niet degene is aan wie de sanctie is opgelegd (de betrokkene), niet is vastgesteld dat deze als gemachtigde van de betrokkene optreedt en deze niet aansprakelijk kan worden gesteld voor betaling van het bedrag van de opgelegde sanctie, in strijd met doel en strekking van de regeling van de zekerheidsstelling om te verlangen dat aan die verplichting wordt voldaan (vergelijk het arrest van dit hof van 27 oktober 2009, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1648). De kantonrechter had dan ook dienen te oordelen dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is om zekerheid te stellen.

4. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de bestreden beslissing vernietigen en, in aanmerking genomen dat door [betrokkene] niet de behandeling van het beroep door het hof is verlangd, de zaak op de voet van artikel 20d, tweede lid, van de WAHV terugwijzen naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst de zaak terug naar de rechtbank Dan Haag ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.