ECLI:NL:GHSHE:2015:5472 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 31-12-2015 / 200.150.270/01

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 31 december 2015

Zaaknummer: 200.150.270/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/04/118646 / FA RK 12-1400

in de zaak in hoger beroep van:


[appellant]
,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: voorheen mr. B.B. van Meersbergen-Zebregs, thans mr. L. de Rijk,

tegen


[verweerster]
,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M.J.A.P.M. Fransen;

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

mevrouw drs. [de bijzondere curator] , in haar hoedanigheid

van bijzondere curator;

[kantooradres] , [postcode] [kantoorplaats] .

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het

Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering is in de procedure gekend:

De Raad voor de Kinderbescherming,

vestiging: [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de raad.

9 De beschikking van 26 maart 2015

Bij die beschikking heeft het hof:

- partijen verwezen naar de Mutsaersstichting voor omgangsondersteuning en begeleiding van [minderjarige] ;

- verstaan dat het bijzondere curatorschap van drs. [de bijzondere curator] ten behoeve van [minderjarige] wordt gecontinueerd;

- partijen verwezen naar het mediationbureau, locatie [locatie] ;

- onder aanhouding van iedere verdere beslissing, de Mutsaersstichting en de bijzondere curator verzocht tijdig voor de pro forma datum van 29 september 2015 rapport uit te brengen aan het hof.

10 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

10.1.

Het hof heeft kennisgenomen van het eindrapport van de bijzondere curator van 18 september 2015, waarbij als bijlage is gevoegd het behandelplan van de Mutsaersstichting van 1 september 2015.

10.2.

Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op voormelde stukken. De vader heeft daaraan gevolg gegeven bij brief van zijn advocaat van 20 oktober 2015, de moeder heeft daaraan geen gevolg gegeven.

10.3.

Het hof heeft een tussenuitspraak bepaald op heden.

11 De verdere beoordeling

11.1.

Uit het behandelplan van de Mutsaersstichting van 1 september 2015 blijkt het volgende. Sinds februari 2015 heeft [minderjarige] weer contact met haar vader. Ten tijde van het opmaken van het behandelplan had [minderjarige] eenmaal in de twee weken telefonisch contact met haar vader. Gedurende de behandeling heeft er een korte interventie methode plaatsgevonden, waaruit naar voren is gekomen dat begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] van belang is. Alle betrokkenen kunnen zich vinden in het advies om in eerste instantie begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] te starten bestaande uit drie gesprekken. Gedurende deze contacten dient helder te worden wat de vader en [minderjarige] nodig hebben om de omgang positief te laten verlopen. Tevens zullen er met beide ouders oudergesprekken gaan plaatsvinden. De ouders zijn hiermee akkoord. In deze gesprekken krijgen de ouders handvatten aangereikt hoe met de omgang tussen de vader en [minderjarige] om te gaan. Doel is dat de ouders in staat zijn om [minderjarige] niet te belasten met hun zorgen of spanningen.

11.2.

Uit het eindrapport van de bijzondere curator komt het volgende naar voren. Met het traject dat door de Mutsaersstichting is begeleid, is zicht gekomen op de mogelijkheden van contact tussen [minderjarige] en de vader. In het algemeen kijken de ouders en [minderjarige] met vertrouwen terug op de achterliggende periode. Hoewel [minderjarige] het op sommige momenten moeilijk vond, heeft zij volgens de moeder het proces als prettig ervaren.

De vader heeft tijdens het traject de draad een aantal malen opnieuw moeten oppakken. Hij was daartoe gemotiveerd, omdat hij steeds vanuit de belangen van zijn dochter [minderjarige] handelde. Drs [de bijzondere curator] heeft daarbij, in haar rol als mediator, een bemiddelende rol vervuld.

De moeder gaf onder meer aan dat het voor haar goed is geweest om aanwijzingen te krijgen voor de begeleiding van [minderjarige] in de omgang met de vader. Volgens de bijzondere curator komt het er in de kern op neer dat er voor de moeder een verschuiving plaatsvond van ‘een minder beïnvloedende naar een meer oriënterende’ houding in de omgang met de vader. [minderjarige] heeft tegenover de bijzondere curator aangegeven dat het heel goed met haar gaat en dat zij blij is met de afspraken die over de omgang met haar vader zijn gemaakt door de Mutsaersstichting.

[minderjarige] heeft kenbaar gemaakt dat zij de eerste paar keren graag met haar vader wil omgaan in een door de Mutsaersstichting begeleide setting. Alle betrokkenen gingen hiermee akkoord. Afgesproken is dat [minderjarige] en haar vader samen met haar begeleidster zoeken naar een gezamenlijke activiteit die passend is voor [minderjarige] . Deze activiteit zal drie maal plaatsvinden. De perioden tussen deze contacten zijn niet langer dan twee weken. De ouders krijgen ondersteuning met ‘neutrale adviezen’. Twee maanden nadat de begeleide omgang is gestart, zal de Mutsaersstichting met de ouders en met [minderjarige] de interventies opnieuw evalueren.

De bijzondere curator adviseert het hof de verantwoordelijkheid voor verdere begeleiding

van [minderjarige] in de omgang met haar vader over te laten aan de Mutsaersstichting in samenspraak met [minderjarige] en de ouders.

11.3.

De vader heeft in zijn schriftelijke reactie aan het hof van 20 oktober 2015 laten weten dat hij instemt met de begeleide omgang tussen hem en zijn dochter [minderjarige] door de Mutsaersstichting.

11.4.

Het hof volgt de adviezen van de Mutsaersstichting en van de bijzondere curator.

Het hof acht het in het belang van [minderjarige] dat er drie door de Mutsaersstichting begeleide contacten tussen de vader en [minderjarige] plaatsvinden, waarna aan de hand van het verloop van die contacten in samenspraak met de ouders en [minderjarige] dient te worden bezien welk vervolg aan die contacten zal worden gegeven. Het hof acht het tevens van belang dat de ouders in het

kader van de omgang tussen de vader en [minderjarige] deelnemen aan oudergesprekken bij de Mutsaersstichting. Het hof zal partijen hiervoor verwijzen naar de Mutsaersstichting.

Het hof zal de Mutsaersstichting verzoeken aan het hof schriftelijk rapport uit te brengen inzake de omgang en de oudergesprekken.

In afwachting van dit rapport zal het hof de behandeling van de zaak vier maanden aanhouden. Partijen, de bijzondere curator en de raad zullen door het hof in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk te reageren op het uitgebrachte rapport.

11.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

12 De beslissing

Het hof:

verwijst partijen naar de Mutsaersstichting voor (begeleide) omgang tussen de vader en [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , en voor oudergesprekken;

verzoekt de Mutsaersstichting tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen, de bijzondere curator en aan de raad;

houdt iedere verdere beslissing aan tot PRO FORMA 30 april 2016;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, C.D.M. Lamers en A.J.F. Manders en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2015.