ECLI:NL:GHSHE:2017:2277 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 24-05-2017 / 20-003938-16

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003938-16

Uitspraak : 24 mei 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 23 december 2016 in de strafzaak met parketnummer 03-199582-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde zal bewezen verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro, subsidiair 10 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.

De verdediging heeft bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 mei 2015 in de gemeente Nederweert opzettelijk en wederrechtelijk een reclamebord, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 14 mei 2015 in de gemeente Nederweert opzettelijk en wederrechtelijk een reclamebord, toebehorende aan [slachtoffer] , heeft vernield.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte weliswaar erkent het reclamebord geraakt te hebben, maar dat hij desalniettemin vrijgesproken dient te worden wegens het ontbreken van opzet.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof gaat uit de verklaringen van de verdachte, afgelegd bij zowel de politie als ter terechtzitting van 10 mei 2017, voor zover deze inhouden dat hij moest uitwijken en daardoor het reclamebord omver heeft gereden. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaringen bovendien dat hij zich bewust was van de aanwezigheid van het reclamebord. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte het reclamebord bewust omver heeft gereden en dat hij dit reclamebord wel degelijk opzettelijk, in elk geval in de vorm van voorwaardelijk opzet, heeft vernield.

Het hof verwerpt derhalve het verweer van de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf en/of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft een reclamebord van zijn buurvrouw vernield door dit omver te rijden met zijn tractor. Rekening houdend met de omstandigheden van dit geval, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen acht het hof het raadzaam te bepalen dat in verband met die omstandigheden geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9a, 63 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Aldus gewezen door:

mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,

mr. P.T. Gründemann en mr. J.M.G. Brughuis, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier,

en op 24 mei 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. J.M.G. Brughuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.