ECLI:NL:GHSHE:2017:3137 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 11-07-2017 / 200 200 699_01

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.200.699/01

arrest van 11 juli 2017

in de zaak van


[appellante] ,

handelend onder de naam [Autohandel & Autopoetsbedrijf] Autohandel & Autopoetsbedrijf,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als [Autohandel & Autopoetsbedrijf] ,

advocaat: mr. L.J. de Rijke te Bergen op Zoom,

tegen


[Automotive B.V.] Automotive B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

niet verschenen in hoger beroep, verstek verleend,

op het bij exploot van dagvaarding van 7 september 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 22 juni 2016, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, gewezen tussen [appellante] als gedaagde en [geïntimeerde] als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4876567 CV EXPL 16-1360)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep met grieven;

-

het tegen [geïntimeerde] verleende verstek.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de procedure bij de kantonrechter, voor zover door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] aan het hof overgelegd. Die stukken bestaan uit:

 de inleidende dagvaarding van 25 februari 2016 met producties;

 het extract van het audiëntieblad van de rolzitting van 9 maart 2016, waarin een weergave is gegeven van het door de heer [echtgenoot van appellante] , echtgenoot van [appellante] , namens [Autohandel & Autopoetsbedrijf] mondeling gevoerde verweer;

 het eindvonnis van 22 juni 2016.

In het extract van het audiëntieblad staat als verklaring van de heer [echtgenoot van appellante] onder meer “Ik overleg nog allerlei stukken die van belang zijn”. Het hof heeft echter geen door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] in het geding gebrachte stukken aangetroffen in het door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] overgelegde procesdossier van de procedure bij de kantonrechter.

In het vonnis van 22 juni 2016 staat dat ook een tussenvonnis is gewezen op 4 mei 2016. Dat tussenvonnis bevindt zich niet in het aan het hof overgelegde procesdossier. Het hof neemt op grond van rechtsoverweging 3.4 van het eindvonnis aan dat in het tussenvonnis alleen een comparitie van partijen is gelast en geen inhoudelijke overwegingen over het geschil zijn opgenomen.

3 De beoordeling

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

 Beide partijen zijn professionele autobedrijven die in auto’s handelen.

 Op 26 november 2015 heeft [geïntimeerde] een Mercedes Benz, type V220, met het kenteken [kenteken] gekocht van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] voor een koopprijs van € 3.500,--. [geïntimeerde] heeft deze kooprijs aan [Autohandel & Autopoetsbedrijf] betaald en [Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft de auto aan [geïntimeerde] geleverd.

 De auto heeft als bouwjaar 2002 en was ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst dus bijna 14 jaar oud. Op de dag van de aankoop was de kilometerstand van de auto omstreeks 156.900 (volgens punt 15 van de inleidende dagvaarding 156.879, volgens punt 5 van de memorie van grieven 156.905). Beide partijen wisten echter dat deze kilometerstand niet juist was. De door beide partijen ondertekende opdrachtbevestiging (hierna: de koopovereenkomst) vermeldt daarover het volgende:

“km stand: onjuist, bij de klant bekend.”

 [Autohandel & Autopoetsbedrijf] had de auto vóór het sluiten van de koopovereenkomst te koop aangeboden voor een vraagprijs van € 3.950,--. [geïntimeerde] heeft bij de aankooponderhandelingen een lagere prijs bedongen door aan te geven dat zij de APK-keuring zelf zou laten uitvoeren en dat zij geen volledige garantie behoefde. Voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst heeft [geïntimeerde] een proefrit gemaakt.

 In de door beide partijen ondertekende opdrachtbevestiging staat onder meer het volgende:

“De wagen wordt verkocht in de staat waarin hij zich bevindt op het moment van de aankoop, gekend en goedgekeurd door de koper. De geleverde voertuigen worden niet gegarandeerd, ook niet voor verborgen gebreken, tenzij dit uitdrukkelijk op de factuur wordt vermeld door de verkoper.”

Verder is in de koopovereenkomst vermeld dat sprake is van een “garantie 50-50%” gedurende drie maanden. Achter die garantiebepaling is in handschrift genoteerd “motor”. Tussen partijen staat vast dat hiermee bedoeld is dat de kosten van een eventuele reparatie aan de motor die in de garantieperiode nodig zou worden, door partijen gedeeld zouden worden, waarbij de reparatie door of via [Autohandel & Autopoetsbedrijf] diende te worden uitgevoerd.

In de orderbevestiging staat verder onder meer het volgende:

“LET OP!

Alle garantie vervalt indien: ALLE voorkomende (schade) reparatie’s, onderhoud, inbouwen en toevoegen van accessoires: o.a. inbouwen van geluidsapparatuur, monteren van sportvelgen en/of banden NIET bij [Autohandel & Autopoetsbedrijf] gebeurd!!!!!!”

 Op 7 december 2015 is de auto APK-gekeurd. De kilometerteller had toen als stand 157.400.

 Bij e-mail van 15 januari 2016 heeft mr. [mr.] namens [geïntimeerde] het volgende meegedeeld aan [Autohandel & Autopoetsbedrijf] :

“De turbo van de [kenteken] (blauwe V-klasse op 23-11-2015 van jullie gekocht) is nagenoeg overleden, hij werkt niet als de motor koud is; als de motor is uitgezet werkt hij heel eventjes, en komt het toerental daarna niet meer boven 3000 toeren.

Topsnelheid 105 km/uur en nauwelijks trekkracht.

Tevens moet toch het handschakelmechanisme gerepareerd worden.

Wanneer kan ik de Vito brengen onder de (50/50) garantieafspraak?”

 Bij (aangetekend en per gewone post verzonden) brief van 21 januari 2016 (hof: een donderdag) heeft mr. [mr.] namens [geïntimeerde] het volgende meegedeeld aan [Autohandel & Autopoetsbedrijf] :

“Op 26 november 2015 heeft mijn onderneming [geïntimeerde] van u het bovenstaande voertuig gekocht onder garantie-aanspraken op motor en versnellingsbak.

Reeds ten tijde van de aankoop was bekend dat de (hand-)schakeling niet goed functioneert en verzoek ik u tot reparatie hiervan.

Bovendien is de turbo-aandrijving uitgevallen en heb ik u per emailbericht van 15 januari jl. (…) van dit euvel in kennis gesteld; met het verzoek tot het maken van een afspraak voor reparatie van het voertuig. Tevens heb ik de voicemail van uw partner ingesproken.

Afgelopen woensdag heb ik telefonisch gesproken en geattendeerd op het emailbericht. Hierop zou ik in de loop van woensdag teruggebeld worden.

Ik heb echter niets meer vernomen van u.

Hierbij verzoek ik u wederom tot reparatie van het voertuig; indien ik niet van u verneem ontbind ik de koopovereenkomst per vrijdag 23 januari 2016.

Graag zie ik uw reactie tegemoet.”

 Bij (aangetekend en per gewone post verzonden) brief van 2 februari 2016 heeft mr. [mr.] namens [geïntimeerde] onder meer het volgende meegedeeld aan [Autohandel & Autopoetsbedrijf] :

Bij schrijven van 21 januari 2016 (…) heeft cliënte u een laatste gelegenheid geboden om over te gaan tot het maken van een afspraak voor reparatie uit hoofde van door u afgegeven garantie op de motor en versnellingsbak van de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] ; door u verkocht op 23 november 2015 aan cliënte.

U heeft het bovengenoemde aangetekende schrijven geweigerd en retour laten zenden. Tevens heeft u geen enkele poging ondernomen tot uitvoering van de defecten aan het voertuig, noch bent u overgegaan tot het maken van een reparatieafspraak van de geconstateerde defecten. Conform het schrijven van cliënte en haar aanzegging heeft zij de koopovereenkomst ontbonden.

Namens cliënte sommeer ik u tot terugbetaling van de koopsom ad € 3.500,00 (…).

Indien ik uw betaling niet binnen vijf dagen na dagtekening heb ontvangen verhoog ik de vordering van cliënte met incassokosten a 15% en de wettelijke handelsrente ex art. 6:119A BW (…)”.

 Bij e-mail van 3 februari 2016 heeft dhr. [echtgenoot van appellante] namens [Autohandel & Autopoetsbedrijf] gereageerd op de brieven van 21 januari 2016 en 2 februari 2016. In deze reactie staat onder meer dat [geïntimeerde] geweigerd heeft om de auto te brengen om eventuele problemen te laten oplossen, dat de turbo niet onder de voor de motor gegeven garantie valt, dat [geïntimeerde] schriftelijk een afspraak kan maken voor reparatie van de auto en dat van ontbinding van de koopovereenkomst geen sprake kan zijn.

 Op 28 juni 2016 (enkele dagen nadat het beroepen vonnis gewezen was) gaf de kilometerteller een stand aan van 168.186. Volgens de stellingen van [geïntimeerde] , die door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] niet zijn betwist, geeft de teller de gereden afstand niet in kilometers maar in mijlen weer en had [geïntimeerde] in de periode van zeven maanden vanaf de aankoop van de auto op 26 november 2015 tot 28 juni 2016 ruim 18.000 kilometer (ruim 11.000 mijl) met de auto gereden.

3.2.1.

In de onderhavige procedure vordert [geïntimeerde] , voor zover in hoger beroep nog van belang, veroordeling van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] tot:

 terugbetaling van de koopsom van € 3.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 26 november 2015;

 betaling van € 574,75 inclusief btw (€ 475,-- exclusief btw) ter zake buitengerechtelijke incassokosten;

met veroordeling van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] in de proceskosten.

3.2.2.

Aan deze vordering heeft [geïntimeerde] ten grondslag gelegd, kort samengevat en voor zover in hoger beroep van belang, dat op 15 januari 2016 bleek dat het motorvermogen van de auto met meer dan de helft was afgenomen als gevolg van een defecte turbocompressor, dat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft geweigerd dit gebrek onder de gegeven garantie te herstellen, dat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] dus in de nakoming van de koopovereenkomst tekortgeschoten is en in verzuim is geraakt, en dat [geïntimeerde] dus terecht de ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen.

3.2.3.

[Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft bij de kantonrechter mondeling verweer gevoerd, welk verweer is weergegeven in het extract van het audiëntieblad van de rolzitting van 9 maart 2016. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

3.2.4.

Het hof begrijpt uit onderdeel 1 en rechtsoverweging 3.4 van het vonnis van 22 juni 2016 dat in de procedure bij de kantonrechter een tussenvonnis van 4 mei 2016 is gewezen waarbij een comparitie van partijen is gelast. Dit tussenvonnis is door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] niet aan het hof overgelegd. Het hof gaat er op grond van de inhoud van het eindvonnis vanuit dat in het tussenvonnis geen inhoudelijke overwegingen over het geschil zijn opgenomen.

3.2.5.

In het eindvonnis van 22 juni 2016 heeft de kantonrechter, kort samengevat en voor zover in hoger beroep van belang, als volgt overwogen.

 [geïntimeerde] mocht verwachten dat de auto de eigenschappen zou bezitten die voor normaal gebruik nodig zijn. Als gevolg van de niet goed functionerende turbo waren de motorprestaties substantieel minder dan voor normaal gebruik nodig. Er is dus sprake van een tekortkoming van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] in de nakoming van de koopovereenkomst (rechtsoverweging 3.7).

 Deze tekortkoming is niet van zodanig bijzondere aard of geringe betekenis dat de ontbinding van de koopovereenkomst niet gerechtvaardigd is (rechtsoverweging 3.8).

 [Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft [geïntimeerde] bij brief van 21 januari 2016 in gebreke gesteld en [Autohandel & Autopoetsbedrijf] is op 23 januari 2016 in verzuim geraakt. [geïntimeerde] mocht de koopovereenkomst dus ontbinden (rechtsoverweging 3.9).

 [Autohandel & Autopoetsbedrijf] kan zich er niet op beroepen dat herstel van het gebrek niet onder de garantie viel of dat de garantie was vervallen doordat derden werkzaamheden aan de auto hebben verricht (rov. 3.10).

 De koopovereenkomst is dus ontbonden, zodat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] de koopsom moet terugbetalen en [geïntimeerde] de auto aan [Autohandel & Autopoetsbedrijf] moet teruggeven.

Op grond van deze oordelen heeft de kantonrechter de hiervoor in rov. 3.2.1 weergegeven vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen, het meer of anders gevorderde afgewezen en [Autohandel & Autopoetsbedrijf] als de in het (grotendeels) ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

3.3.1.

[Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft in hoger beroep acht grieven aangevoerd tegen het vonnis van 22 juni 2016, waarbij grief IV tweemaal voorkomt. Het hof zal de eerste grief IV aanduiden als grief IVA en de tweede grief IV als grief IVB.

3.3.2.

[Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft op grond van haar grieven geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot:

 het geheel of ten dele afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] ;

 veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen [Autohandel & Autopoetsbedrijf] ter uitvoering van het beroepen vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente;

 veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

Met betrekking tot de grieven I en V

3.4.1.

Het hof zal de grieven I en V gezamenlijk behandelen. Deze grieven zijn gericht tegen het in rechtsoverweging 3.7 van het vonnis neergelegde oordeel dat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] in de nakoming van de koopovereenkomst is tekortgeschoten omdat de auto op 15 januari 2016 een substantieel deel van het motorvermogen verloor als gevolg van een niet goed functionerende turbo. In de toelichting op de grieven voert [Autohandel & Autopoetsbedrijf] aan dat de auto ten tijde van de aflevering op 26 november 2015 goed functioneerde, dat de auto op 7 december 2015 bij de APK-keuring is goedgekeurd, dat [geïntimeerde] de auto intensief heeft gebruikt (voor verhuur) en dat [geïntimeerde] gelet op de ouderdom van de auto, het aantal daarmee reeds gereden kilometers, het type en de lage aankoopprijs, rekening moest houden met de mogelijkheid dat op enig moment een mankement aan de auto zou kunnen ontstaan.

3.4.2.

Deze grieven zijn terecht voorgedragen. [geïntimeerde] heeft niet betwist dat zij, alvorens de auto op 26 november 2015 te kopen, een proefrit heeft gemaakt en dat de auto op dat moment goed functioneerde. Voorts heeft [geïntimeerde] niet gesteld dat het door haar genoemde verlies aan motorvermogen eerder dan medio januari 2016 is opgetreden. De auto heeft kennelijk bijna twee maanden naar tevredenheid gefunctioneerd. [geïntimeerde] heeft niet betwist dat zij de auto in deze periode redelijk intensief heeft laten gebruiken, namelijk als huurauto.

3.4.3.

Ook als pas enige tijd na aankoop van een tweedehands auto een (ernstig) gebrek optreedt, kan geoordeeld worden dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dat zal het geval kunnen zijn als de koper in de gegeven omstandigheden niet behoefde te verwachten dat een dergelijk ernstig gebrek binnen de betreffende periode zou ontstaan (zie onder meer HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2410). In het onderhavige geval kan echter niet gezegd worden dat [geïntimeerde] het optreden van een gebrek als het onderhavige binnen een periode van ongeveer twee maanden na het verkrijgen van de auto niet behoefde te verwachten. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de auto een respectabele leeftijd had van bijna veertien jaar, dat met de auto een aanzienlijk aantal kilometers was gereden (beide partijen wisten blijkens de koopovereenkomst dat de kilometerstand op de teller niet juist was), dat de koopprijs niet hoog was (kennelijk passend bij een wagen van deze leeftijd en geschat aantal gereden kilometers) en dat het een kleine bedrijfswagen betrof die intensief werd gebruikt. Een koper van een dergelijke tweedehands wagen kan niet zeer verbaasd zijn als na enkele maanden een probleem optreedt dat door middel van een reparatie opgelost moet worden.

3.4.4.

Het oordeel van de kantonrechter dat de geleverde auto niet aan de overeenkomst heeft beantwoord en dat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] daarom in de koopovereenkomst tekortgeschoten is, kan dus niet in stand blijven. Daarmee ontvalt ook de bodem aan het oordeel van de kantonrechter dat de koopovereenkomst wegens deze tekortkoming rechtsgeldig ontbonden is. De overwegingen die in het vonnis zijn neergelegd, kunnen de door de kantonrechter uitgesproken veroordeling van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] om de koopsom vermeerderd met rente en kosten terug te betalen dus niet dragen. Dit betekent dat de andere grieven niet meer behandeld hoeven te worden.

Gevolgen van het feit dat de grieven I en V terecht zijn voorgedragen

3.5.1.

Omdat de grieven I en V terecht zijn voorgedragen en de overwegingen waarop de bij het vonnis uitgesproken veroordelingen zijn gebaseerd, die veroordelingen niet kunnen dragen, moet het hof op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep onderzoeken of [geïntimeerde] nog andere gronden heeft aangevoerd die tot toewijzing van haar vorderingen kunnen leiden.

3.5.2.

Een dergelijke andere grond heeft [geïntimeerde] inderdaad aangevoerd. In de inleidende dagvaarding heeft [geïntimeerde] gesteld dat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] in de nakoming van de koopovereenkomst tekortgeschoten is door, toen op 15 januari 2016 bleek dat het motorvermogen van de auto met meer dan de helft was afgenomen als gevolg van een defecte turbocompressor, te weigeren dit gebrek onder de gegeven garantie te herstellen.

3.5.3.

[Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft als verweer tegen die stelling onder meer aangevoerd dat geen sprake is geweest van een defecte turbocompressor, dat zij niet gehouden was om het bij de turbocompressor gerezen probleem onder de garantie te herstellen en dat dat ontbinding van de koopovereenkomst niet mogelijk is omdat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] niet op de voet van artikel 6:82 lid 1 BW in gebreke is gesteld en in verzuim is geraakt.

3.5.4.

Het hof zal in het navolgende uitgaan van de veronderstelling dat het medio januari 2016 gerezen probleem verband hield met een niet goed functioneren van de turbocompressor en dat op [geïntimeerde] ingevolge de overeenkomst de verbintenis rustte om dat probleem onder de garantie op te lossen. Ook als van die veronderstellingen wordt uitgegaan, is de vordering van [geïntimeerde] niet toewijsbaar. Het hof overweegt daartoe het volgende.

3.5.5.

Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen, geeft aan de wederpartij in beginsel de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of ten dele te ontbinden (artikel 6:265 lid 1 BW). [geïntimeerde] heeft niet betwist dat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] een reparatie had kunnen uitvoeren om het probleem op te lossen. Er is in zoverre dus geen sprake van dat nakoming door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] blijvend of tijdelijk onmogelijk was in de zin van artikel 6:265 lid 2 BW. Dat brengt mee dat de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, ingevolge artikel 6:265 lid 2 BW pas zou ontstaan nadat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] in verzuim verkeerde.

3.5.6.

Ingevolge artikel 6:82 lid 1 BW treedt het verzuim van de schuldenaar in, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen die tijd uitblijft. De enige ingebrekestelling die [geïntimeerde] aan [Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft verzonden, is de ingebrekestelling die is neergelegd in de brief van (donderdag) 21 januari 2016. [Autohandel & Autopoetsbedrijf] heeft gesteld dat de brief niet op vrijdag 22 januari 2016 bij haar is bezorgd, maar pas later. Volgens haar is de aangetekend verzonden brief pas op zaterdagmiddag 23 januari 2016 bij haar aangeboden. [geïntimeerde] heeft deze stellingen niet betwist. Gelet daarop heeft [Autohandel & Autopoetsbedrijf] zich naar het oordeel van het hof terecht op het standpunt gesteld, dat aan haar in de brief geen redelijke termijn voor nakoming is gesteld. Indien [geïntimeerde] met de foutief geformuleerde termijn (de datum vrijdag 23 januari 2016 bestaat niet) heeft gedoeld op vrijdag 22 januari 2016, was die termijn al verstreken toen de brief bij [Autohandel & Autopoetsbedrijf] werd aangeboden. Indien [geïntimeerde] met de termijn heeft gedoeld op zaterdag 23 januari 2016 was ook die termijn al vrijwel verstreken toen de brief op die zaterdagmiddag bij [Autohandel & Autopoetsbedrijf] werd aangeboden, waar nog bij komt dat [geïntimeerde] niet heeft betwist dat de door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] gedreven onderneming alleen op doordeweekse dagen en dus niet op zaterdagen en zondagen geopend was. Van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] was in de gegeven omstandigheden niet te vergen al op 23 januari op de brief te reageren.

Gelet op het bovenstaande heeft [Autohandel & Autopoetsbedrijf] zich terecht op het standpunt gesteld dat aan haar in de brief van 21 januari 2016 geen redelijke termijn voor nakoming in de zin van artikel 6:82 lid 1 BW is gesteld. [Autohandel & Autopoetsbedrijf] is dus niet op de voet van dat artikel in verzuim geraakt.

3.5.7.

Dat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] op enigerlei andere wijze in verzuim is geraakt, is door [geïntimeerde] niet, althans niet op voldoende onderbouwde wijze, gesteld. Het hof tekent hierbij aan dat de eis van een deugdelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn juist is gesteld om de schuldenaar ertoe te dwingen zijn standpunt duidelijk te bepalen en kenbaar te maken. Om die reden mag niet te snel uit andersoortige handelingen of mededelingen van de schuldenaar worden afgeleid dat hij zal blijven weigeren de op hem rustende verbintenissen na te komen en dat hij om die reden zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt. Op de daarop betrekking hebbende wetsartikelen (artikel 6:82 lid 2 BW of 6:83 sub c BW) heeft [geïntimeerde] overigens ook geen beroep gedaan.

3.5.8.

Omdat [Autohandel & Autopoetsbedrijf] niet in verzuim is geraakt, kan het beroep dat [geïntimeerde] heeft gedaan op ontbinding van de overeenkomst geen doel treffen.

3.5.9.

In de inleidende dagvaarding sub 18 heeft [geïntimeerde] – mogelijk door een verschrijving – gerept van ontbinding van de overeenkomst wegens dwaling. Volledigheidshalve overweegt het hof dat, voor zover [geïntimeerde] een beroep op vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling heeft willen doen, dat beroep onvoldoende onderbouwd is tegenover het door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] gevoerde gemotiveerde verweer. Het hof wijst in dit verband op hetgeen in rov. 3.4.3 van dit arrest is overwogen. Uit die overweging blijkt dat de omstandigheden van het onderhavige geval geen beroep op vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling rechtvaardigen.

3.6.1.

Het bovenstaande brengt mee dat de vorderingen van [geïntimeerde] niet toewijsbaar zijn. Het hof zal het bestreden vonnis daarom vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

 de vorderingen van [geïntimeerde] afwijzen;

 [geïntimeerde] veroordelen tot terugbetaling van hetgeen [Autohandel & Autopoetsbedrijf] ter uitvoering van het beroepen vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente;

 [geïntimeerde] veroordelen in de proceskosten van het geding in eerste aanleg, welke kosten het hof op nihil begroot omdat de echtgenoot van [appellante] , die voor [Autohandel & Autopoetsbedrijf] werkzaam is, in die procedure in persoon mondeling verweer heeft gevoerd;

 [geïntimeerde] veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, de nakosten daaronder begrepen.

3.6.2.

Het hof zal dit arrest, zoals door [Autohandel & Autopoetsbedrijf] gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

4 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, onder zaak-/rolnummer 4876567 CV EXPL 16-1360 tussen partijen gewezen vonnis van 22 juni 2016 en, opnieuw rechtdoende:

 wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;

 veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure bij de kantonrechter en begroot die kosten aan de zijde van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] tot op heden op nihil;

veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen [Autohandel & Autopoetsbedrijf] ter uitvoering van het beroepen vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente daarover vanaf de dag van de betaling tot aan de dag van de terugbetaling;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [Autohandel & Autopoetsbedrijf] op € 97,28 aan dagvaardingskosten, op € 314,-- aan griffierecht en op € 632,-- aan salaris advocaat, en voor wat betreft de nakosten op € 131,-- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,-- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, M.G.W.M. Stienissen en J.H.C. Schouten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 juli 2017.

griffier rolraadsheer