Naar de inhoud

ECLI:NL:HR:2017:1205 Hoge Raad , 30-06-2017 / 16/04642

Uitspraak

30 juni 2017

Strafkamer

nr. S 16/04642 Bv

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 27 juli 2016, nummer RK 16/262, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klaagster] , gevestigd te [vestigingsplaats] .

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Dat heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht…

OM-cassatie. Beklag, klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend door regionale ambulancevoorziening tegen aan haar ex art. 126nf Sv gerichte vordering van OvJ tot verstrekking van gevoelige gegevens. 1. Vallen 112-melding en communicatie tussen melder en centralist van meldkamer voor ambulancezorg onder medisch beroepsgeheim en kan beroep worden gedaan op verschoningsrecht na zo’n vordering? 2. Gevorderde gegevens object van verschoningsrecht? 3. Verplichting voor afgeleid verschoningsgerechtigde om te voldoen aan vordering?

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1983:AG4685, NJ 1984/132, ECLI:NL:HR:1990:ZC0052, NJ 1991/761, ECLI:NL:HR:2015:3258 en ECLI:NL:HR:2016:110 m.b.t. personen aan wie een verschoningsrecht is toegekend en omvang van het verschoningsrecht. Oordeel Rb dat een o.g.v. Wet BIG geregistreerde verpleegkundige als centralist werkzaamheden verricht op het gebied van de individuele gezondheidszorg en dat zij daarom o.g.v. van art. 88 Wet BIG een geheimhoudingsplicht heeft t.a.v. hetgeen haar in haar beroepsuitoefening ter kennis is gekomen, is juist. Oordeel Rb dat zij niet aan redelijke twijfel onderhevig heeft geacht de juistheid van het kennelijke standpunt van centralist dat de inhoud van het telefoongesprek dat zij voerde met beller van alarmnummer heeft te gelden als wetenschap die haar i.h.k.v. haar beroepsuitoefening als zodanig is toevertrouwd a.b.i. art. 218 Sv, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Voorts herhaalt HR relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1985:AC9066, NJ 1986/173 en ECLI:NL:HR:2011:BP6141 m.b.t. reikwijdte van het verschoningsrecht. Daarnaast geeft HR een uiteenzetting over de te volgen procedure in geval een niet verschoningsgerechtigde, jegens wie door de OvJ met machtiging van de RC een vordering is gedaan tot het verstrekken van gegevens, aanvoert dat een geheimhouder de bevoegdheid tot verschoning kan uitoefenen t.a.v. die gegevens en over de verbondenheid van de beklagzaak van degene jegens wie voornoemde vordering is gedaan met het oordeel in de beklagprocedure van de geheimhouder (vgl. ECLI:NL:HR:2013:CA0434 en ECLI:NL:HR:2015:3714 en ECLI:NL:HR:2015:3076).

Ad 2. Opvatting dat 112-melding en voornoemde communicatie niet vallen onder uitzondering voor verschoningsgerechtigden ex art. 126nf Sv jo. art. 96a.3.b Sv, aangezien alleen brieven of andere geschriften object van verschoningsrecht kunnen zijn, vindt geen steun in het recht. Gelet op art. 80quinquies Sr kunnen deze gegevens object van verschoningsrecht zijn.

Ad 3. Verschoningsgerechtigden zijn niet verplicht aan vordering ex art. 126nf Sv te voldoen voor zover het verschoningsrecht aan de verstrekking van de gegevens in de weg staat (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BT7126). Verschoningsrecht van afgeleid verschoningsgerechtigde is afhankelijk van de uitoefening van het verschoningsrecht waarvan het is afgeleid. Beslissing Rb dat klaagster gevorderde gegevens niet behoeft te verstrekken, berust kennelijk op haar oordeel dat het standpunt van de verpleegkundige centralist dat haar een verschoningsrecht toekomt niet aan redelijke twijfel onderhevig is en dat mitsdien klaagster, als afgeleid verschoningsgerechtigde, niet aan de vordering tot verstrekking behoeft te voldoen. Daarvan uitgaande is beslissing Rb juist.

Gegevens

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak30-06-2017
Datum publicatie30-06-2017
ECLIECLI:NL:HR:2017:1205
Formele relaties
  • Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:564, Gevolgd
Zaaknummer16/04642
Bijzondere kenmerkenCassatie, Beschikking
RechtsgebiedStraf(proces)recht