ECLI:NL:OGEAA:2017:479 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-06-2017 / VOG nr. 729 van 2017

Uitspraak

Beschikking van 19 juni 2017

VOG nr. 729 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het klaagschrift als bedoeld in artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) van:

[klager],

wonend in Aruba,

KLAGER,

procederend in persoon,

gericht tegen de beschikking van 21 maart 2017 van:

de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Lv VOG,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER.

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 21 maart 2017 heeft verweerder het verzoek van klager om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen.

Op 3 april 2017 heeft klager daartegen een klaagschrift ingediend.

Het gerecht heeft de zaak behandeld in raadkamer op 22 mei 2017, waar klager en verweerder zijn verschenen.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel vijf, eerste lid, van de Lv VOG wordt een strafblad uit het strafregister verwijderd na verloop van een termijn van vier jaren.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, beloopt de termijn acht jaren, indien bij de veroordeling is opgelegd gevangenisstraf.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, wordt de in artikel 5 bedoelde termijn verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf met uitzondering van de straf of het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het niet zal worden tenuitvoergelegd en een last tot herroeping niet is gegeven.

Ingevolge artikel 15, tweede lid, houdt een verklaring omtrent het gedrag niet anders in dan dat de aangewezen ambtenaar uit het onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene ingesteld, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon.

Ingevolge artikel 22, eerste lid, geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven.

Ingevolge artikel 23, eerste lid, mag de aangewezen ambtenaar, voor zover thans van belang, bij zijn onderzoek uitsluitend acht slaan op:

a. de uittreksels uit de strafregisters die hem ten aanzien van de betrokkene verstrekt worden;

b. gegevens ontleend aan de registers van de politie;

c. andere schriftelijke bescheiden welke hem in verband met de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag ter beschikking zijn gesteld.

2.2

Klager heeft verzocht om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag ten behoeve van verkrijging van een verblijfsvergunning.

2.3

Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, hem is gebleken van bezwaren tegen klager.

Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager bij onherroepelijk geworden vonnis van het gerecht van 5 juli 2013 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, waarvan 84 voorwaardelijk, met aftrek van de tijd welke is doorgebracht in voorlopige hechtenis, voor mishandeling met gebruikmaking van een wapen. De aard van dit strafbare feit, een geweldsdelict dat zich kenmerkt door het uitoefenen van agressie jegens derden, vormt volgens verweerder, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht, zodanige bezwaren dat afgifte van een verklaring omtrent het gedrag moest worden geweigerd. Daarbij heeft verweerder mede in aanmerking genomen dat het betrekkelijk kort geleden is dat klager in aanraking is geweest met justitie.

2.4

Klager betoogt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen zijn persoon, gelet op het doel, waarvoor de afgifte is verzocht, te weten het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Daartoe voert hij aan dat hij sinds 2013 niet meer in aanraking is geweest met justitie, dat hij is veranderd en deze fout niet meer zal herhalen. Voorts voert klager aan dat hij de verklaring omtrent gedrag wenst te hebben, opdat hij een nieuw leven kan beginnen met zijn echtgenote en familie.

2.5

Het gerecht is van oordeel dat, in aanmerking genomen de veroordeling van klager voor een strafbaar feit uit 2013, alsmede de aard en ernst van het gepleegde delict, te weten mishandeling gepleegd met gebruikmaking van een wapen, verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klager, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht. Onder deze omstandigheden was verweerder ingevolge artikel 22, eerste lid, van de Lv VOG gehouden te weigeren de gevraagde verklaring af te geven. Het betoog faalt reeds om deze reden. Hetgeen klager voor het overige aanvoert, behoeft dan ook geen bespreking.

2.6

Gelet op het vorenoverwogene zal de klacht ongegrond worden verklaard.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing werd gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, op 19 juni 2017.

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open (artikel 28, derde lid, van de Lv VOG).