ECLI:NL:OGEAA:2017:489 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-06-2017 / EJ nr. 54 van 2017

Uitspraak

Beschikking van 20 juni 2017

Behorend bij EJ nr. 54 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[X]
,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. D. Canwood.

Belanghebbende:

[Y], geboren op [datum] 2009 in Aruba,

de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift, ingediend op 11 januari 2017,

-

de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 21 februari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw A. Emmanuel,

-

het rapport van de Voogdij raad van 19 april 2017,

-

de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 9 mei 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw D.Lejuez.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Wijlen mevrouw [Z] is de moeder van de minderjarige voornoemd. De minderjarige is op [datum] 2009 door de vader erkend.

2.2

De moeder, die van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uitoefende, is op [datum] 2016 overleden.

2.3

De minderjarige is sinds het overlijden van de moeder gezagloos.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe dat de vader met het gezag over de minderjarige wordt belast.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253g van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA). Ingevolge lid 1 van dit artikel bepaalt de rechter, indien van de ouders diegene overlijdt, die het gezag over hun minderjarige kinderen alleen uitoefent, dat de overlevende ouder of een derde met het gezag over deze kinderen wordt belast. Op grond van het derde lid wijst de rechter het verzoek om de overlevende ouder met het gezag te belasten slechts af, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd.

4.2

Uit onderzoek van de Voogdijraad is gebleken dat de vader (samen met de moeder, toen zij nog in leven was) de minderjarige altijd heeft verzorgd en opgevoed. Verder is gebleken dat de vader op dit moment zijn verzorgende taken naar behoren uitoefent, dat hij betrokken is in alle aspecten van het leven van de minderjarige en dat de minderjarige zich bij vader goed ontwikkelt. De Voogdijraad komt tot de conclusie dat het in het belang van de minderjarige is dat de vader met het gezag over haar wordt belast.

4.3

Gelet op het voorgaande is het gerecht van oordeel dat er in dit geval geen gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van de minderjarige zal worden verwaarloosd. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

belast de vader, [X], met het gezag over de minderjarige [Y], geboren op [datum] 2009 in Aruba.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van 20 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.